Tips voor het afsteken van vuurwerk

Denk aan het volgende:

Legaal vuurwerk koop je bij de officiële verkooppunten op 29, 30 of 31 december.

• Afsteken mag vanaf 31 december 10.00 uur tot 1 januari 2.00 uur.

• Wees altijd alert bij het afsteken van en het kijken naar vuurwerk.

• Houd voldoende afstand van vuurwerk én van andere mensen die vuurwerk afsteken.

• Lees voor het afsteken van vuurwerk de instructies.

• Draag altijd deze vuurwerkbril bij het kijken naar en het afsteken van vuurwerk.

• Gebruik een aansteeklont.

• Draag geen brandbare kleding of een capuchon.

• Zet siervuurwerk altijd op een stevige, stabiele en vlakke ondergrond neer.

• Zet vuurpijlen in een verzwaarde fles of in een PVC buis die stevig in de grond is gezet.

• Let bij het afsteken van vuurwerk op de windrichting.

• Koud vuur bestaat niet, ook sterretjes kunnen oogletsel veroorzaken.

 

Zet een vuurwerkbril op!

Elk jaar lopen honderden mensen ernstig oogletsel op door vuurwerk. Je kunt je ogen beschermen met een speciale vuurwerkbril. Die kun je rond de jaarwisseling voor een paar euro kopen bij veel opticiens en ziekenhuizen.

Vuurwerk-veiligheidsbril

Brandveiligheid, ook tijdens feestelijke dagen

Ook als u thuis feest viert, doet u er goed aan eens stil te staan bij de risico’s op brand. Door eenvoudige maatregelen kunt u ervoor zorgen dat uw feest thuis veilig verloopt. De brandweer helpt u graag brandveilig feest te vieren. 

Versiering

Moeilijk brandbaar versieringsmateriaal beperkt de risico’s bij brand. Het is verkrijgbaar in de reguliere handel. Vraag er nadrukkelijk om. Op de verpakking kunt u zien of de versiering brandveilig is. Hang versieringen langs en aan de plafonds zo op dat niemand er tegenaan kan lopen. Zorg er ook voor dat versieringen niet in aanraking komen met verlichting en apparaten die warm worden. Hang de versiering op met ijzerdraad, dan valt het bij brand niet snel naar beneden. Gebruik geen natuurlijk dennengroen. Dat is zeer brandbaar, zeker als het droog is.

Verlichting

Gebruik alleen goedgekeurde elektrische verlichting. Bijvoorbeeld met een KEMA-keur. Controleer voor het gebruik of de bedrading niet is beschadigd. Gebruik een gaaf en goed passend verlengsnoer en leg dat zo neer dat niemand erover kan struikelen. Plak bekabeling die over de vloer loopt met stevige tape goed vast. Rol kabelhaspels helemaal af. Deze worden anders warm, waardoor brand kan ontstaan. Verleng een verlengsnoer nooit met een ander verlengsnoer. Let erop dat verlichting die warm wordt niet dichtbij licht ontvlambare materialen wordt gebruikt. Schakel de verlichting altijd uit wanneer u weggaat of gaat slapen.

Kaarsen

Zet kaarsen in een stevige houder op een vlakke ondergrond. Gebruik geen houders van plastic, hout of ander makkelijk brandbaar materiaal. Zet kaarsen niet te dicht bij een warmtebron, zoals op de vensterbank. Door warmte kunnen kaarsen week worden en ombuigen. Zet kaarsen ook niet dicht bij andere brandbare materialen, zoals de gordijnen. Zorg dat kaarsen buiten bereik van kinderen en huisdieren blijven en laat ze nooit alleen met brandende kaarsen, ook niet voor een paar minuten. De kaarsen in kerststukjes kunt u beter niet aansteken. Doet u het toch, laat de kaarsen dan niet te ver opbranden en zet het kerststukje in het zicht. Het bovenstaande geldt natuurlijk ook voor olielampen, gelbranders en dergelijke.

Fonduen en gourmetten

Zorg dat het fondue- of gourmetstel tijdens gebruik op een niet brandbaar onderblad met opstaande randen staat. Zo wordt de tafel niet te heet en vangt u gemorste olie op. Gebruikt u spiritus? Vul dan nooit de brander in de nabijheid van vuur. Vul de brander pas als deze helemaal is afgekoeld en doe dit niet op de tafel. Denk er aan dat een spiritusvlam nagenoeg onzichtbaar is; hij kan nog volop branden terwijl u denkt dat hij uit is. Nog beter is het om een gelbrander te gebruiker. Die is veiliger dan een spiritusbrander. Net als bij gewoon koken kan bij fonduen de vlam in de pan slaan. Leg daarom een passend deksel in de buurt om snel te kunnen reageren. Een branddeken is een goed alternatief wanneer u geen passend deksel heeft. Zet een elektrisch fonduestel zo dicht mogelijk bij het stopcontact. Dan kan niemand over het snoer struikelen en het fonduestel meesleuren. Reik nooit over een fondue- of gourmetstel heen om iets te pakken. Als er iets misgaat, loopt u een groot risico op brandwonden. Gebruik geen pannen van aardewerk om te fonduen. Die zijn niet bestand tegen de hoge temperatuur. Houd kleine kinderen weg bij een fondue- of gourmetstel.

Kerstbomen

Een kunstkerstboom die moeilijk brandbaar is, is veel veiliger dan een natuurlijke kerstboom. Wanneer u toch kiest voor een natuurlijke boom, zet deze dan in de verste hoek van de kamer (gezien vanaf de uitgang van uw kamer). Zet de boom dus niet in de loop- of vluchtroute. Zo voorkomt u dat u bij een calamiteit ingesloten raakt. Zorg er voor dat de boom goed stevig staat en niet gemakkelijk omvergelopen kan worden. Zet de boom ook niet te dicht bij de gordijnen of andere gemakkelijk brandbare materialen. Om te zorgen dat de boom minder brandbaar is, moet de boom vocht vast kunnen houden. Kijk bij de koop of er geen groene naalden uitvallen. Dit kunt u testen door een paar keer met de boom op de grond te tikken. Zaag 3 centimeter van de stam af en plaats de boom in een houder waarin deze 5 centimeter onder water kan staan. Vul het reservoir dagelijks bij met water. Een kerstboom met kluit kan natuurlijk ook, mits deze voldoende water kan opnemen en ook dagelijks voldoende water krijgt. In een verwarmde ruimte kan een boom maximaal drie weken het vocht vasthouden. Mocht de boom veel naalden verliezen of bruin worden, dan moet de boom zo snel mogelijk worden verwijderd. Koop in ieder geval een boom die niet te groot is voor uw kamer en gebruik nooit echte kaarsjes in de boom. Een moment van onoplettendheid kan uw boom in een fakkel doen veranderen.Wanneer er toch brand uitbreekt.

Mocht er ondanks alle maatregelen toch nog iets misgaan, handel dan als volgt:

1. Blijf kalm.

2. Waarschuw de overige aanwezigen.

3. Vlucht volgens uw eigen vluchtplan.

4. Houd deuren en ramen gesloten en sluit deuren achter u.

5. Blijf bij rookontwikkeling dicht bij de grond.

6. Bel - nadat u gevlucht bent - direct 112.

 

Meer informatie op brandweer.nl - tekst brandveiligheids info nummer 17

Hulpverleners in het verkeer

Herken je deze situatie?
Je rijdt op je gemak naar je bestemming. Op het moment dat je in de linker buitenspiegel kijkt, verschijnt als vanuit het niets een ambulance, politie- of brandweerwagen met een gillende sirene.......

Bekijk hier de website "zwaailicht en sirene" met handige tips en filmpjes

Tijdens de rijles zul je waarschijnlijk nooit verkeerssituaties tegenkomen waarin je geconfronteerd wordt met hulpverleningsvoertuigen van ambulancediensten, politie, brandweer op weg naar een spoedgeval. Hopelijk kun je je via deze site enigszins voorbereiden op dit soort situaties zodat je in het vervolg beter weet hoe te reageren.

De verkeersintensiteit neemt heden ten dage alsmaar toe. Dat is iets waar de hulpverlenende instanties dagelijks meer en meer hinder van ondervinden. Veel bestuurders zijn niet tot nauwelijks voorbereid op het verschijnen van een voorrangsvoertuig met optische en geluidssignalen. Aan de late reacties van weggebruikers zien de hulpverleners dat bestuurders nauwelijks op de hoogte zijn van de verkeerssituaties waarin zij op dat moment zitten. Er wordt slecht gespiegeld, zoals men dat noemt. Sommige mensen verstijven wanneer een hulpverlenende instantie met veel lawaai passeert. Zolang het verkeer de tijd krijgt om te reageren loopt meestal alles redelijk soepel. Maar toch zijn er nog wel eens vertwijfelde reacties te zien van bestuurders. Wat moet ik doen als ik een blauw zwaailicht in mijn achteruitkijkspiegel zie?

Wat je beter NIET kunt doen....

In de dagelijkse praktijk komt het vaak voor dat bestuurders van auto's drukker zijn met andere zaken dan autorijden.Het kan zijn omdat men aan het telefoneren is, de radio te hard staat of andere dingen. Op deze manier heeft men nauwelijks tot niet meer in de gaten wat er allemaal rondom de auto gebeurt. Hierdoor komt het nogal eens voor dat er een paniekreactie ontstaat op het moment dat men plotsklaps een voertuig van een hulpverlenende instantie in de gaten krijgt met 'toeters en bellen'.

Het is geen kwestie van: 'ik moet zo snel mogelijk aan de kant, want dat voertuig moet koste wat kost door'. Nee, maar wat moet je dan wel en niet doen?

Wat je nooit moet doen is onverwachts en plotseling op de rem gaan staan, dan maak je kans op schade aan je eigen en aan een ander voertuig erg groot. Zo'n hulpverleningsvoertuig komt met een redelijk snelheidsverschil aanrijden, en is dus meestal eerder bij je dan je denkt. En hoewel de chauffeurs op en top getraind zijn, is het gauw BOEM!

Raak ook niet in paniek, maar ga uiterst rechts rijden, om de hulpverlenende instantie ruimte te geven zodat deze rustig kan passeren.

Zoek, indien mogelijk, snel een uitwijkplaats of parkeerhaven op om het hulpverleningsvoertuig vrij baan te geven.

Probeer zeker niet het hulpverleningsvoertuig voor te blijven door je snelheid te verhogen. Hiermee breng je jezelf en andere weggebruikers in gevaar!

Achtervolg ook nooit een hulpverleningsvoertuig. Zij zijn gewoon aan het werk op weg naar een spoedgeval. Ook hiermee breng je jezelf en anderen in gevaar.

Wat je WEL kan doen....

Laten we beginnen met de belangrijkste tip!!:
Houd je aandacht bij datgene waar je mee bezig bent......
verkeersdeelnemer!

Kijk eens wat vaker en meer om je heen.
Kijk eens wat vaker naar links en naar rechts van je.
Kijk eens wat vaker in de achteruitkijkspiegels.
Natuurlijk ook niet te veel, maar af en toe een korte blik naar achter, geeft je al veel meer zicht over datgene dat je van achteren benadert. Probeer jezelf maar eens af te vragen of je weet wat voor een kleur of merk auto er achter je rijdt. Dan weet je meteen weer dat het tijd wordt om nog eens in je achteruitkijkspiegel te kijken!

En zet je autoradio eens een toontje lager. Dan hoor je meteen ook eens wat geluiden van de 'buitenwereld'. Een hulpverleningsvoertuig kun je meestal eerder horen aankomen dan dat je het ziet. Zo geef je jezelf ook meer kans om je voor te bereiden op dat wat er komen gaat.

Blijf (op de snelweg) niet onnodig links rijden. Hiermee beperk je de mogelijkheid van vrije doorgang voor andere weggebruikers.

In een file, blijf dan in de auto en ga niet buiten de auto staan. Als je in de auto blijft zitten kun je ook direct reageren op dat hulpverleningsvoertuig dat voorbij wil. Ga ook niet onnodig op de vluchtstroken stilstaan, laat deze zoveel als mogelijk VRIJ, hulpverlenende instanties maken graag gebruik van deze stroken.

En als een hulpverleningsvoertuig achter je zit,.......
Laat zien dat je de hulpverlener in de gaten hebt, geef duidelijk aan wat je gaat doen: geef richting aan met je richtingaanwijzer!!!.Let daarnaast ook eens op de richtingaanwijzer van dat voorrangsvoertuig. Zij geven ook aan welke richting zij uitgaan. Vaak door de schrikreactie en de aanwezigheid van de overige verlichting, wordt dit vaak over het hoofd gezien.

Pas de snelheid aan.
Zorg voor voldoende ruimte voor de hulpverlenende instantie
En probeer jezelf daarbij niet klem te rijden.

Maar denk vooral aan je eigen veiligheid!!

Ruim baan....

Dat is meestal eenvoudiger gezegd dan gedaan. Vandaar dan ook dat wij speciaal deze pagina wijden aan dit onderwerp.


Wat doet u nu precies als u in een file staat? En wat verstaan wij onder een file? Natuurlijk denkt iedereen meteen aan de bekende lange rijen auto's op de snelwegen. Maar ook een rij met wachtende auto's voor een verkeerslicht kan al een file zijn. Ze bestaan uit een enkele rij auto's of uit meerdere rijen naast elkaar, waarmee ze één of meerdere rijstroken beslaan.

Als een hulpverleningsvoertuig met optische- en geluidssignalen een file nadert, zie je hen meestal gebruik maken van de vluchtstrook. Maar indien de vluchtstrook ontbreekt of geblokkeerd wordt door auto's met pech (of zelfs door nieuwsgierige weggebruikers die willen zien wat er gebeurd is en waarom zij stil moeten staan) zal de ambulance een vrije baan moeten vinden door het verkeer. Dan wordt er gebruik gemaakt van het midden van de hoofdrijbaan.

Feit:

Snelwegen zijn over het algemeen breed genoeg gemaakt dat er altijd wel een mogelijkheid bestaat om iets naar links of iets naar rechts uit te wijken. In de volgende filmpjes, klik hier en hier ziet u hulpverleningsvoertuigen naderen en de voertuigen naar links en rechts uitwijken, zodat er in het midden een vrije baan ontstaat waarin het hulpverleningsvoertuig kan passeren. Natuurlijk is dit per situatie verschillend. Want één van de voorwaarden voor deze manier van ruimte creëren is dat ook de overige weggebruikers in de file moeten uitwijken. Kijk daarom vooral naar wat je voorganger doet. En ga de zelfde richting uit! Als iedereen zo meewerkt,ontstaat er vanzelf een vrije ruimte.

Wat gebeurt er als niemand reageert op het naderen van een hulpverleningsvoertuig in deze situatie? Dan zal de ambulancebemanning zelf een weg proberen te banen. De ambulanceauto stelt zich in op een plek waar zij denken dat het beste een vrije baan gecreëerd kan worden. Zo "dwingen" zij automobilisten om ruimte te maken. Het spreekt van zelf dat de voorkeur uit gaat naar het zelfinzicht van de automobilisten.


Tip!!

Als je in een file staat, rij dan niet te dicht op tot je voorligger, houd afstand!!

Dit geeft niet alleen meer 'lucht' voor jezelf en je voorligger, maar geeft je ook direct de mogelijkheid om uit te wijken op de momenten dat dat nodig is.

Advies:

Tijdens pech onderweg raden wij je aan om achter de vangrail te gaan staan wachten op hulp.

Dit uit het oogpunt van veiligheid voor jezelf!

Verkeerslichten !

Daar sta je dan. In een lange rij te wachten voor het verkeerslicht. Als een ambulance of een ander voorrangsvoertuig met optische en geluidssignalen je van achteren nadert, weet je vaak niet welke kant je opmoet of hoe te reageren. Kijk op die momenten eens goed om je heen, meestal tref je wel ruimte aan in de vorm van een fietspad (let wel goed op of er geen fietsers aankomen) of ruimte in een ander voorsorteervak. Bestaan deze mogelijkheden niet, geen nood, dan maakt het hulpverleningsvoertuig gebruik van de rijbaan van de tegenliggers. Waarbij voor de tegenliggers geldt dat zij ruimte proberen te maken voor het tegemoet komende hulpverleningsvoertuig met optische en geluidssignalen. Hou er altijd rekening mee dat het hulpverleningsvoertuig nog terug kan komen naar de eigen rijbaan. Indien er tegenliggers aankomen die het voorrangsvoertuig niet opmerken of geen ruimte kunnen maken, wordt het voorrangsvoertuig gedwongen terug te keren naar de ‘eigen’ rijstrook. Let daar dus goed op, houd zoveel mogelijk ruimte vrij en vervolg pas je weg als het voorrangsvoertuig voorbij is!

De werkplek van de hulpverleners...

Ruimte in het verkeer voor de hulpverlenende diensten, dat is wat wij aan u vragen via deze site.

Op het moment dat de hulpverlenende diensten zijn aangekomen op de plaats van ongeval willen zij graag aan het werk. Werkruimte is dan ook van het grootste belang!

Geef hulpverlenende diensten niet alleen ruimte in het verkeer, maar ook ruimte op de plaats van ongeval!

En voor het passerende verkeer geldt:

WEES ALERT....LET EXTRA GOED OP UW VOORGANGER.....
HOUD AFSTAND..........EN RIJ ALSTUBLIEFT DOOR!


Want de kans op meerdere aanrijdingen veroorzaakt door kijkend verkeer is erg groot.

Informatie

Brandweer Ommen-Hardenberg maakt onderdeel uit van Veiligheidsregio IJsselland, de organisatie voor brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening en voorbereiding en coördinatie op het gebied van rampenbestrijding en crisisbeheersing.

Veiligheidsregio IJsselland zorgt voor een veilige regio, waarin rampen en crises zo goed mogelijk voorkomen en bestreden worden en de inwoners kunnen rekenen op snelle en goede geneeskundige hulpverlening en brandweerzorg. Dit doet zij samen met de 11 gemeenten in IJsselland, de politie en andere lokale, regionale en landelijke partijen.

Binnen dit samenwerkingsverband werkt Brandweer Ommen-Hardenberg dagelijks aan het bewaken, bevorderen en controleren van de brandweerzorg in Ommen en Hardenberg.

Brandweer Ommen-Hardenberg is één ambtelijke organisatie, gevormd vanuit twee gemeenten, met 180 personeelsleden, waarvan 160 vrijwilligers verdeeld over 8 brandweerposten. Sinds 1 januari 2014 valt de brandweer Ommen-Hardenberg onder de veiligheidsregio IJsselland.

De directe verantwoordelijkheid voor cluster Oost ligt bij de clustercommandant. In samenwerking met de teamleiders repressie geven zij leiding en sturing aan de repressieve organisatie.

Vergunning of melding

Voor het gebruik van bepaalde bouwwerken is een omgevingsvergunning voor brandveilig gebruik of een melding voor brandveilig gebruik noodzakelijk.

In de volgende gevallen is een omgevingsvergunning voor brandveilig gebruik noodzakelijk:

  • Als voor bedrijfsmatige of verzorgende doeleinden nachtverblijf wordt verschaft aan meer dan 10 personen.
  • Bij een dagverblijf voor meer dan 10 personen jonger dan 12 jaar.
  • Bij een dagverblijf voor meer dan 10 lichamelijk of verstandelijk gehandicapte personen.

In de volgende gevallen is een melding voor brandveilig gebruik noodzakelijk:

  • Als u wilt afwijken van de brandveiligheidseisen.
  • Als in een bouwwerk meer dan 50 mensen aanwezig (zullen) zijn.
  • Als u kamers verhuurt.

U hoeft geen melding te doen als:

  • Voor het bouwwerk een omgevingsvergunning voor brandveilig gebruik nodig is.
  • Als in een bouwwerk meer dan 50 mensen aanwezig (zullen) zijn en het bouwwerk een één- of meergezinswoning betreft.

Ontruimen doe je zo

Als er brand uitbreekt, is het goed als u weet hoe u het beste kunt vluchten. Vaak is deze route anders dan de gebruikelijke, die u altijd neemt. Daarnaast is het bijvoorbeeld ook van belang dat u weet hoe u minder mobiele mensen kan helpen weg te komen.

Om ontruiming onder de aandacht te brengen, is de Stichting Nationale Brandpreventieweek de campagne 'Ontruimen doe je zo' gestart. Via de website www.ontruimenmoetjeoefenen.nl vindt u verschillende hulpmiddelen en tips, zoals een voorbeeldontruimingsplan, een voorbeeldplattegrond en bijbehorende pictogrammen.

Eerste hulp bij brandwonden

Is er sprake van verbranding door vuur:

  • Ga nooit rennen, zuurstof wakkert de vlammen aan.

  • Probeer niet in paniek te raken.

  • Doof de vlammen door over de grond te rollen.

  • Gebruik eventueel een stevig en zwaar stuk textiel (jas of deken) om het vuur te doven.

  • Werk vanaf het gezicht naar de voeten, zodat vlammen het gezicht niet kunnen bereiken

Daarna geldt voor alle verbrandingen:

  • Begin direct met het koelen van de wond

  • Koel het liefst met zacht stromend, lauw leidingwater. Koelen met bijvoorbeeld slootwater kan ook, zeker als er geen andere koelmogelijkheden zijn. Het is altijd beter dan niets doen!)

  • Koel tenminste 10 minuten. Langer is beter, maar pas dan wel op voor onderkoeling

  • Verwijder tijdens het koelen de kleding, tenzij deze aan de huid gekleefd zit

Probeer de grootte van de brandwond te schatten door toepassing van de handwijzer. De oppervlakte van de hand is 1 % van het lichaamsoppervlak.

U neemt in gedachten de hand van het slachtoffer. Zoveel maal als deze op de verspreid liggende brandwonden past, zoveel procent van het lichaam is verbrand.

Waarschuw de huisarts als:

  • er blaren zijn

  • de huid er aangetast uitziet

  • de brandwond veroorzaakt is door een chemisch product

  • de brandwond veroorzaakt is door elektriciteit

Smeer niets op de wond.

Verzorg de wond door deze af te dekken met steriel verband, schone doeken of lakens.

Neem niets te eten of te drinken.

Zorg ervoor dat het slachtoffer zittend wordt vervoerd. Het hoofd moet altijd hoger zijn dan de rest van het lichaam in verband met mogelijke oedeemvorming (vochtophoping).

Brandblusser en brandblusser informatie

Een brandblusser is een apparaat om het vuur van een kleine brand te doven. Het bestaat uit een cilinder waarin een beperkte hoeveelheid blusmiddel onder druk staat. Er zijn ook blussers waarin zich een drukpatroon bevindt, die eerst geactiveerd (ingeslagen) moet worden via een rode inslagknop boven op de blusser. Door een opening kan het blusmiddel op het vuur gespoten worden. Hieronder staan de voorwaarden die voor brandblussers gelden in Nederland, inclusief de wetgeving en de normen die voor brandblussers gesteld zijn.

Een brandblusser is geschikt voor een of meerdere brandklassen. Een brandblusser bestaat ruwweg uit drukvat, blusstof en drijfgas. Als er geen drijfgas in het drukvat aanwezig zou zijn, dan kan ook de blusstof niet uit de blusser komen. Sommige blussers hebben daarom een drukmeter (manometer) boven op de blusser zitten. Hierin is te zien of de druk van het drijfgas nog voldoende is om de blusser te activeren.

Men kan daarom een brandblusser ruwweg indelen in twee soorten:

  • Blussers die onder permanente druk staan
  • Blussers die niet onder druk staan (moet door gebruiker onder druk worden gezet met een inslagknop bijvoorbeeld).

Blussers met een drukpatroon kunnen onderverdeeld worden in:

  • Blussers met een inwendig drukpatroon
  • Blussers met een uitwendig drukpatroon (hier is het drukpatroon buiten het vat aangebracht)

Het blusmiddel kan vloeibaar zijn, maar ook (bijv. in poedervorm) in gasvorm zijn. Veelgebruikte blusmiddelen zijn:

  • Water. Een goedkoop middel met een groot koelend effect en (bij een slanghaspel) een onbeperkte aanvoer. Nadelen: vorstgevoelig en water kan gevaarlijk zijn bij gebruik op brandende benzine of olie. Ook onder spanning staande apparatuur kan gevaar opleveren als er water als blusmiddel wordt gebruikt.
  • Poeder. Men spreekt dan van een poederblusser. Het poeder van een ABC-blusser bestaat uit een mengsel van ammoniumfosfaat en ammoniumsulfaat. Het poeder van een BC-blusser bestaat uit een mengsel van natriumbicarbonaat en kaliumbicarbonaat, poeder van een D-blusser bestaat uit natriumchloride .Een poederblusser heeft een groot blussend vermogen, is geschikt voor vele soorten branden, niet elektrisch geleidend en niet vorstgevoelig. De blussende werking is ongeveer zes maal die van bijvoorbeeld CO2. Een belangrijk nadeel van een poederblusser is de grote nevenschade aan elektronische apparatuur en de kans op herontsteking van het brandje als er niet goed geblust is. Wanneer met een poederblusser is geblust, dan moet het overgebleven poeder met een industriële stofzuiger worden verwijderd. Gebruik geen water om het poeder op te ruimen. Het poeder kan wanneer het in contact komen met de huid diarree veroorzaken omdat ammonium naar de darmen toetrekt[bron?]. Denk hierbij ook aan het oude begrip zuiveringszout.
  • Schuim. Men spreekt dan van een schuimblusser. Schuimblussers zijn simpel gezegd gevuld met water en een schuimvormend middel. De blussende werking van schuim berust op afdekking (zuurstof wegnemen) en in geringe mate op afkoeling. De meest toegepaste schuimblussers zijn de zogeheten sproeischuimblussers die door een aanpassing in de spuitmond elke druppel uitstromende vloeistof onderbreken met lucht. Hierdoor ontstaat een nevel, die niet elektrisch geleidend is. Bovendien heeft het mengen van lucht een langere blusduur als gevolg. Door de lange blusduur en de geringe nevenschade is een sproeischuimblusser uitermate geschikt voor thuis en kantoor.
 
Een CO2-blusser in gebruik
  • Koolstofdioxide (CO2). Deze blussers zijn direct te herkennen omdat ze een zwarte expansiekoker of sneeuwkoker aan het uiteinde van de slang hebben. Tussen expansiekoker en slang zit een handvat, dat men tijdens gebruik van de blusser moet vasthouden. Het handvat is nodig omdat het uiteinde van de onbeschermde koker zeer koud wordt (tot ongeveer -80 °C) en men door deze extreme kou derdegraads brandwonden op kan lopen.
  • Halonen. Vanaf 1 januari 2004 is het gebruik en bezit van halonen in brandblusapparaten en brandbeveiligingssystemen in Nederland en België verboden, zij het met enkele uitzonderingen voor kritische toepassingen (vooral in de civiele luchtvaart en op militair gebied). Er zijn twee soorten Halon: Halon 1211 (broomchloordifluormethaan) of kortweg BCF dat gebruikt werd in draagbare brandblussers en Halon 1301 (broomtrifluormethaan) ofwel BTM, aanwezig in stationaire blusgasinstallaties. Het verbod voor Halon staat in verband met de milieuschade die het Halon-gas aan de ozonlaag van de aarde veroorzaakt. Halonblussers werden vooral in computerruimten ingezet omdat het Halon niet schadelijk was voor elektronische apparatuur. Halonen zijn koolwaterstoffen die gehalogeneerd zijn. Ze worden onder druk tot een vloeistof verdicht. De bluswerking wordt gerealiseerd doordat er in de hitte van de vlam vrije halogeenradicalen ontstaan, die door bindingen in de vlam het verbrandingsproces vertragen, de radicalen komen later ook weer vrij, waardoor er dus gesproken mag worden van een (negatief) katalytische reactie, zoals ook de bluswerking van ABC poeder genoemd wordt. Halon mag niet meer gebruikt worden en de bestaande apparaten dienen te worden ingeleverd.
  • aerosol blussers Aerosolblussystemen blussen met een droge aerosol. Deze gaat een chemische en fysische reactie aan met de reactive moleculen die ontstaan door brand. Brand wil het liefst zo snel mogelijk naar een stabiele toestand. Daarbij wordt normaal gesproken CO2 en H2O gevormd. Met een aerosol op basis van kalium ontstaat de zeer stabiele stof kaliumhydroxide. Deze is volstrekt ongevaarlijk voor mens en milieu. Door te blussen met een aerosol dooft een beginnende brand binnen seconden en wordt vervolgschade voorkomen. DSPA (dry sprinkler powder aerosol), af-x fireblocker en Stat-X zijn voorbeelden van zo'n aerosol blusmiddel.
Andere soorten
  • Soms ook wordt zand als blusmiddel gebruikt. In dit geval worden speciale zandbakken geplaatst alwaar men met een schep een brandje kan blussen. Droog zand wordt gebruikt als er stoffen branden die niet met water kunnen worden geblust, zoals benzinebranden of brandende alkalimetalen zoals natrium en kalium.

De nieuwe blusstof in de klasse F, de zogenaamde vetblusser wordt in Nederland chemisch schuim genoemd (vroeger werd schuim in een schuimblusser met een chemische reactie uit de blusser gedreven.) De waterachtige oplossing, met een behoorlijke soortelijke massa van 1.25, bestaat uit kaliumacetaat en kaliumcitraat. Het spul is geelachtig van kleur en niet giftig. De blusser zelf is voorzien van een slang met een metalen bluslans om op een veilige manier dicht bij de pan met het brandende frituurvet te kunnen komen. Vanwege het agressieve karakter van de oplossing is de blusser van roestvast staal. Tijdens het gebruik moet rekening worden gehouden met veel stoomontwikkeling en er kan een azijnachtige geur vrijkomen.

Gebruik
  • De brandblusser kan zowel in huizen, bedrijven, kantoren, auto's en boten aanwezig zijn. In bedrijven en kantoren is daarnaast ook vaak een brandslang aanwezig. Brandslanghaspels dienen een slanglengte te hebben tussen 20 en 30 meter te hebben met een diameter van 19, 25 of 33mm. De uitgebreide eisen voor brandslanghaspels staan verwoord in de Europese Norm EN 671-1. Slanghaspels kunnen alleen klasse A branden blussen en dienen niet aanwezig te zijn in panden waar de nevenschade (parket, houten wanden e.d.) groot is. In huizen is soms een blusdeken aanwezig. Vroeger stond in veel huizen een emmer zand klaar, waarmee een beginnende brand bedekt kon worden.
  • De brandblusser kan niet gebruikt worden om de hete gassen af te koelen die zich bij een brand bovenin de ruimte bevinden. Daarvoor is voornamelijk water geschikt. De brandblusser is enkel bedoeld om het brandende materiaal af te sluiten waardoor er geen zuurstof meer bij kan, en het vuur zal doven. Een veel gemaakte fout is dat iemand het blusmiddel op de vlammen richt, terwijl de bron van de vlammen (het materiaal dat in brand staat) bedekt moet worden. Dit geldt niet voor de poederblusser die werkt namelijk op basis van een negatieve katalyse en die blust hoofdzakelijk door het afvangen van vrije radicalen die de brand in stand houden. Deze werking is ruimtelijk dus hierbij wel in de vlammen richten.
  • Poederblussers worden veelvuldig gebruikt. Omdat zij droog poeder bevatten is er geen kans dat de metalen cilinder gaat roesten, en het poeder is vrij goedkoop. Bij oude poederblussers kan het gebeuren dat het poeder gaat klonteren en niet meer geschikt is om een brand mee te blussen. Dit kan ook gebeuren bij brandblussers die aan trillingen blootstaan, hierbij treedt het inklink effect op. Het een keer per maand omkeren van de blusser gedurende 30 seconden kan dit verhelpen. Een nadeel van een poederblusser is dat het poeder na gebruik van de blusser zeer moeilijk op te ruimen is. Zoals gezegd moet het poeder na gebruik van een poederblusser met een industriële stofzuiger worden verwijderd. Bij de veelgebruikte kleine poederblussertjes in auto's geldt als bijkomend nadeel dat de blustijd hooguit een paar seconden is. Bluspoeder is een zout die de kleine koperbanen van een elektroprint kan laten oxideren waardoor er storingen in de geleiding kunnen ontstaan, hierdoor is het mogelijk dat er maanden na de blussing pas storingen optreden. Het poeder trekt namelijk langzaam maar zeker vocht aan, hierdoor kan het zout zijn schade veroorzaken.
  • In België zijn poederblussers verplicht in de auto. Deze eis geldt overigens niet voor buitenlandse auto's.
  • Koolzuursneeuwblussers, ook wel CO2-blussers genoemd, zijn geschikt voor het blussen van vloeistofbranden en branden in onder spanning staande apparatuur. Het blussen gebeurt doordat de CO2 de zuurstof verdringt en door afkoeling. Bij het expanderen van de vloeibare CO2 in gasvorm wordt het grote zwarte mondstuk van de blusser erg koud (-80 C°) en daarom moet de brandblusser altijd aan het handvat worden vastgehouden. Een voordeel van een koolzuursneeuwblusser is dat de blusstof (CO2) bij gebruik geen reststoffen achterlaat, en daarom worden koolzuursneeuwblussers onder meer toegepast bij hoogwaardige elektronische apparatuur. Het nadeel van CO2-blussers ligt vooral in besloten kleine ruimten. Zuurstof wordt door de kooldioxide blusser verdreven en de kleine ruimten vullen zich dan met CO2 waardoor degene die de blussing uitvoert kan stikken. Bij een blussing in kleine ruimten (wc’s en kleine bergingen) dient men hier wel rekening mee te houden.

Verschillende brandklassen

Op brandblussers in Nederland vindt men op de brandblusser een aanduiding voor welke brandklasse de blusser is bedoeld. Dit kan noodzakelijk zijn om te weten welke blusser bij het uitbreken van een beginbrandje moet worden ingezet. Wanneer een computer vlam vat, gebruikt men een Kooldioxide blusser aangezien de nevenschade voor andere elektronische apparatuur nihil moet zijn. Gebruikt men echter een poederblusser, dan is de kans groot dat het zeer fijn gemalen zoutstof van de poederblusser in elk onderdeeltje van een elektronisch apparaat gaat nestelen. Dit kan de schade van aangrenzende apparatuur behoorlijk verhogen (deze machines moeten dan worden schoongemaakt). Wie een goedkoop alternatief voor een brandblusser wil aanschaffen kan een brandblusdeken kopen. Bijna alle brandklassen kan de blusdeken aan, en is in het gebruik vrij simpel toe te passen. Dit is een ideaal blusmiddel voor bij een kooktoestel.

 
 

De brandklasse staat op elke blusser via een pictogram aangegeven.

De volgende brandklassen kunnen we nu in Nederland onderscheiden:

A

Brandklasse A betekent, dat de blusser een blusstof heeft om branden in vaste stoffen te blussen. Vaste stoffen van organische oorsprong: zoals hout, papier, stro, kunststoffen, kolen. De blusstof die gebruikt wordt kan water zijn (de blusser heeft dan een zilveren kleur: dit in tegenstelling met de andere blussers. Het drukvat is dan rood geverfd) of de blusstof is speciaal soort poeder. Een andere blusser is dan de zogeheten slanghaspel. Omdat brandslanghaspels in verband worden gebracht met mogelijke legionellabesmettingen, dienen de slanghaspelhoofdkranen verzegeld te zijn en op geregelde tijden doorgespoeld te worden.

B

Brandklasse B betekent, dat de blusser een blusstof heeft om vloeistofbranden te blussen, zoals olie, benzine, alcohol, sommige kunststoffen, vetstoffen en bitumen. Blusstoffen die gebruikt worden zijn: Poeder, CO2 en Schuim, zoals FFF (triple F) en AFFF (A triple F).

C

Brandklasse C betekent, dat de blusser een blusstof heeft om gasbranden te blussen, zoals propaan, butaan en aardgas. Blusstoffen die gebruikt worden zijn, CO2 en schuim (Schuim is een natblusser)

Soms worden brandklassen gecombineerd, bijvoorbeeld een ABC-blusser (dat ook gloedpoeder wordt genoemd). Poederblussers worden vaak met deze brandklassen aangeduid. Het gloedpoeder kan een smeulende vaste stof omsluiten, waardoor het smeulen van vaste stoffen wordt gesmoord.

D

Brandklasse D betekent, dat de blusser een blusstof heeft om metaalbranden te blussen. Metaalbranden zijn branden waarbij magnesium, zirkonium, lithium, kalium of natrium betrokken is, en die erg moeilijk, zo niet onmogelijk met bovenstaande brandblussers kunnen worden gedoofd. De blusstof is een bepaald soort poeder, dat over het brandend metaal wordt gestrooid. Metaalbranden zijn bijzonder fel (zoals magnesiumbranden; bedenk dat magnesium wordt toegepast in vuurwerk en flitsblokjes). Op de blusser staat dan dat er sprake is van een D-(poeder)blusser of ABCD-poederblusser.

E

Brandklasse E betekent, dat de blusser een blusstof heeft om elektriciteitsbranden te blussen. Echter heeft men in het verleden (1987) in Nederland de brandklasse E afgeschaft. Men is van mening dat elektriciteit wel een oorzaak van brand kan zijn maar zelf niet brandt. Door kortsluiting gaat bijvoorbeeld een televisie branden. Deze televisie is gemaakt van een kunststof. We hebben in dit geval een brandklasse B brand en geen E. B omdat elektronische apparatuur vaak gemaakt zijn van kunststoffen (vloeibare stoffen, vloeibaar wordende stoffen en smeltende stoffen).

F

Brandklasse F betekent, dat de blusser een blusstof heeft om frituurbranden te blussen. Frituurbranden zijn moeilijk te blussen met de andere blusstoffen aangezien er vaak herontsteking kan plaatsvinden. Zodra de temperatuur van olie of vet oploopt tot boven de 320 graden Celsius vindt zelfontbranding plaats en begint het vet of de olie spontaan in brand te vliegen, dus zonder dat er een vlam wordt bijgehouden. Omdat de temperatuur zo hoog is zal eventueel water uit een blusmiddel explosief verdampen waardoor alle brandstof (zeer heet vet) uit de pan of frituuroven wordt geslingerd. De oorzaak van dergelijke branden is vaak te herleiden naar slecht werkende temperatuurbeveiligingen (een kapotte thermostaat) of het gebruikmaken van oud of vervuild vet. Een F-blusser is een nieuwe klasse met een bepaald soort schuim (wet chemical of chemisch blusschuim). Dit schuim gaat een binding aan met het frituurvet, dekt dit beter af en heeft een sterk koelende werking. Herontsteking is dan niet meer mogelijk. Kraampjes die frieten bakken kunnen het beste een F-blusser ophangen. Het is verstandig om een vetbrandblusser te nemen die uitgerust is met een metalen lans aan de slang. Hierdoor is van veilige afstand de brand te blussen in een frituurpan. Zie de aanvulling onder 'andere soorten'. De moderne brandklasse F brandblussers bevatten een inhoud die zich vermengt met het vet en er een niet brandbare substantie van maken. Het materiaal gaat een emulsie aan met het vet. Een vetbrand valt over het algemeen onder de brandklasse F bij een inhoud die groter is dan 5 liter omdat met de reguliere blusmiddelen onvoldoende bluscapaciteit is te behalen om herontsteking te voorkomen.

Gouden regels en tips bij een Schoorsteenbrand

Schoorsteenbrand ontstaat doordat de aanslag in de schoorsteen, een dikke laag zeer brandbaar "creosoot" in brand vliegt. (dit zijn onverbrande deeltjes die zich tegen de schoorsteenwand afzetten en zich aankoeken tot een teerachtige substantie)


Hoe herkent u dit ?

U zal bij een schoorsteenbrand een soort loeiend lawaai horen in het schoorsteenkanaal.

U heeft een schoorsteenbrand, wat nu ?

  • Doof snel het vuur in het toestel met zand of soda om rook in uw huis te voorkomen.
  • Sluit direct hierna de schoorsteenklep.
  • Sluit direct de luchttoevoer van de kachel, bij openhaard de deurtjes.
  • Waarschuw direct de brandweer.
  • Ventileer direct na het doven van het vuur de ruimte.(i.v.m. KOOLMONOXIDE vorming!!)


Wat nooit te doen ?

Blus nooit met WATER, het water zet namelijk uit in de vorm van stoom en doordat dit zo snel gebeurd onstaat er een overvloed van stoom in een te kleine ruimte en dan zal er een zeer redelijke kans zijn dat het kanaal onder deze druk scheurt of zelfs een kleine knal (explosie) ontstaat.


Tips :

  • Zorg voor een emmer met zand of soda naast de openhaard/kachel/schoorsteen.
  • Zorg ervoor dat uw schoorsteen minstens 1 x per jaar wordt geveegd door een erkend bedrijf. (is afhankelijk van hoeveel u stookt in het jaar en hoe/en wat u stookt)
  • Zorg ervoor dat de schoorsteen ook regelmatig wordt gecontroleerd op scheuren/lekkage.


Toch zelf vegen ?

Als u de schoorsteen zelf veegt, kunt u niet zien wat u doet. U moet dus op goede apparatuur vertrouwen.
Dat is in de eerste plaats een stalen borstel, waarmee u de gehele wand kunt afschrapen. Een spiegel aan een (uitschuifbare) stok en een zaklamp zijn daarbij onmisbaar.
Als de creosoot erg vast zit, hebt u een ramoneur nodig. Ga er wel voorzichtig mee om, anders beschadigd u de schoorsteenwand.
Veeg van boven af. Alleen als de bovenkant niet of moeilijk bereikbaar is, kunt u met speciale apparatuur van onderaf vegen.

Tip :

Span aan de onderkant voor de openhaard een doek als u boven gaat ramoneuren, dit bespaart u een hoop rommel in uw woonkamer.

Wees bedacht op KOOLMONOXIDE vorming!

Voor meer informatie en filmpjes over het voorkomen van schoorsteenbranden klik hier

Veilig recreëren met Bertje Blus

De komende zomerseizoenen gaan de brandweerkorpsen van Ommen - Hardenberg en Dalfsen veel aandacht schenken aan het veilig kamperen. De drie gezamenlijke Vechtdalgemeenten zijn goed voor bijna drie miljoen toeristische overnachtingen per jaar. Campinggasten zijn zich vaak niet voldoende bewust van de risico’s die het kamperen met zich mee kan brengen. Bertje 1

Bertje Blus
De afgelopen jaren heeft de brandweer op verschillende campings in het Vechtdal gasten moeten aanspreken op brandgevaarlijke situaties in of rondom de caravan. Om de risico’s op brand op de kampeerplek te verminderen gaat ‘Bertje Blus’ vanaf 3 juni de campings in het Vechtdal af om campinggasten meer bewust te maken van de risico’s die zij in of rondom hun caravan of tent lopen wanneer zij het niet zo nauw nemen met het gebruik van gas of stroom.

Weinig incidenten
De recreatieondernemers besteden zelf ook veel aandacht aan brandveiligheid. Daardoor zijn er jaarlijks gelukkig erg weinig incidenten op de Vechtdalcampings, waarvoor de brandweer moet uitrukken. Ondanks dat is het belangrijk dat de campinggasten weten wat zij moeten doen om voor een veilig gebruik van gas en elektriciteit te zorgen om zodoende een zorgeloze vakantie te houden. Tips van Bertje Blus
Bertje Blus is de mascotte voor de brandveiligheidscampagne die de komende vijf zomerseizoenen op een flink aantal campings in het Vechtdal te zien is. Bertje Blus is een superheld en geeft campinggasten tips over hoe zij veiliger kunnen kamperen, zonder daarbij belerend over te komen.

Folders
Om de campagne kracht bij te zetten werden zaterdag 100.000 Bertje Blus folders verspreid over de campings in het Vechtdal. De recreatieondernemers reiken deze uit aan hun gasten. De folder is ook beschikbaar op de websites van de gemeenten Dalfsen, Hardenberg en Ommen. Daarnaast geeft de brandweer deze zomer demonstraties op verschillende campings. Dit in goed overleg met de recreatieondernemers.

Bertje 2

Download hier de folder

Spreekbeurtinformatie

Op deze pagina tref je allerlei informatie aan over de brandweer. Deze informatie is te gebruiken voor spreekbeurten en werkstukken. Mocht je foto's nodig zijn klik dan op onderstaande link voor een speciale pagina waar foto's staan van de brandweer. (voertuigen, materiaal, kazerne, etc.. en nog veel meer)

  •     Fotomateriaal voor een spreekbeurt

De Brandweer

Bijna elke gemeente in Nederland heeft een eigen brandweerkorps. Er zijn 633 gemeentelijke brandweerkorpsen. In die korpsen werken ongeveer 26.000 brandweervrijwilligers en 4.000 beroepsbrandweermensen.

Beroepsbrandweer

In grote gemeenten, zoals bijvoorbeeld Amsterdam, Rotterdam en Den-Haag is vaak een beroepsbrandweer. Deze beroepsbrandweermensen hebben geen ander beroep. Hun beroep is brandweerman of brandweervrouw. Ze zijn steeds op de kazerne. Als er een brand is of een ongeluk, worden ze door een toeter of een bel gewaarschuwd. Ze trekken dan hun brandweerpak aan en rennen naar de brandweerauto.

Brandweervrijwilligers
De meeste mensen die bij de brandweer werken, zijn vrijwilligers. Dat is ook in Ommen-Hardenberg het geval. Dit betekent dat ze eigenlijk een ander beroep hebben. Ze doen het brandweerwerk erbij. Vrijwillige brandweermensen hebben altijd een pieper bij zich. Wanneer er brand is of iets anders, gaat de pieper af. De brandweermensen weten dan dat ze naar de brandweerkazerne moeten komen. Ze laten meteen hun gewone werk in de steek. Er zijn ook brandweerkorpsen waar beroepsbrandweermensen en vrijwilligers samenwerken.

Hardenberg 019

Regionale brandweer
Als er een ramp gebeurt, dan kan de brandweer van één gemeente het vaak niet alleen af. Denk bijvoorbeeld aan een hele grote brand. Of een heel groot ongeluk met veel slachtoffers. Of rivieren die overstromen. Andere korpsen van gemeenten in de buurt komen dan helpen. Dat hebben ze van tevoren afgesproken. Daarvoor hebben ze 39 regionale brandweren opgericht. Brandweer Ommen-Hardenberg hoort bij de Regionale Brandweer IJsselland

Bosbrandweer
In sommige gebieden in Nederland is veel bos en heide. Als het een tijdje niet heeft geregend, is het gevaar voor het ontstaan van brand hier erg groot. In deze bosrijke gebieden, bijvoorbeeld de Veluwe, is een bos­brandweer. De bosbrandweer houdt vanuit vliegtuigjes in de gaten of er brand is. Als er brand is, gaan ze met speciale wagens de brand blussen. Die wagens kunnen goed door het bos rijden. Ook in Ommen en Hardenberg is er veel bos. De laatste jaren hebben er enkele bosbranden gewoed in Ommen. Hierbij krijgt de brandweer van Ommen-Hardenberg dan assistentie van omliggende korpsen uit bijvoorbeeld Hardenberg of Dalfsen.

IMG 0098

Bedrijfsbrandweer
In grote bedrijven, fabrieken en ziekenhuizen is een speciale bedrijfsbrandweer. Zodra er een brand ontstaat, begint de bedrijfsbrandweer meteen met blussen. De gemeentelijke brandweer wordt gewaarschuwd. Als het nodig is, komt die helpen met blussen.

De mensen van een bedrijfsbrandweer kunnen de brandweermensen van de gemeentebrandweer de weg wijzen. Ze kunnen vertellen waar het extra gevaarlijk is.

Taken Brandweer
De brandweer moet een aantal taken uitvoeren.Die taken staan in de Brandweerwet.

De brandweer moet:

  •  branden voorkomen (preventie
  •  branden blussen en daarbij mensen en dieren redden (repressie) helpen bij ongevallen (hulpverlening)
  •  zich voorbereiden op branden en hulpverlening (preparatie)

IMG 1221

Foto: Oefening

IMG 1242

 

Preventie: het voorkomen van brand.

De brandweer probeert brand te voorkomen door:

  • Mensen uit te leggen hoe ze brand kunnen voorkomen.
  • Te controleren of gebouwen brandveilig zijn.
  • Te controleren bij kermissen, circusvoorstellingen en schouwburgvoorstellingen.

 

Als de brandweer gebouwen controleert, kijkt ze of er nooduitgangen zijn. Ze kijkt ook of er geen dingen voor de nooduitgangen staan. Of er genoeg brandblusapparaten zijn en of die het ook doen. Of er noodverlichting is, die laat zien hoe je bij de uitgang komt.

Als alles in orde is, is er weinig kans op brand.

Bij kermissen, circusvoorstellingen en schouwburgvoorstellingen zijn veel mensen aanwezig.

Brandweermensen houden in de gaten of alles wel veilig is. Als er iets zou gebeuren, kunnen ze meteen helpen met blussen en de mensen naar buiten brengen.

Repressie: het bestrijden van brand

Het blussen van brand en het redden van mensen en dieren daarbij. Er zijn een paar belangrijke dingen die de brandweer bij een brand moet doen.

  • Het belangrijkste is dat mensen en dieren gered worden.
  • De brandweer moet proberen de brand zo snel mogelijk te blussen.
  • De schade moet zo veel mogelijk beperkt worden.

IMG 1315

IMG 1396

Schade ontstaat vooral door water en rook. De brandweer probeert waterschade te beperken door zo weinig mogelijk water te gebruiken. Ook probeert de brandweer om de rook weg te krijgen. De brandweer werkt bij branden meestal samen met de politie en de ambulancedienst. De brandweer komt niet alleen bij brand. Ze komt ook als er: - iemand met z'n auto in het water gereden is - iemand een ongeluk met z'n auto heeft gehad en er niet meer uit kan komen - een vrachtwagen met bijvoorbeeld benzine of een andere gevaarlijke stof een ongeluk heeft gehad - er een vliegtuig verongelukt is - er een kettingbotsing is gebeurd - er rivieren zijn overstroomd - er een kelder onder water staat - er een koe in de sloot is gevallen De brandweer werkt bij ongelukken meestal samen met de politie en de ambulancedienst.

Preparatie: voorbereiding op brand of hulpverlening

Het voorbereiden op branden of hulpverlening. De brandweer bereidt zich voor door: - te oefenen - uit te zoeken hoe ze hun werk zo goed mogelijk kunnen doen - ervoor te zorgen dat kleding, brandweerwagens en gereedschap in orde zijn Door een goede voorbereiding kan de brandweer beter en sneller werken.

Hoe kom je bij de brandweer?
Je kunt op twee manieren bij de brandweer komen:

Brandwacht (brandweerman of vrouw)
Als je brandwacht wil worden, moet je een diploma van het VBO hebben. Verder moet je 18 jaar zijn. Ook moet je goed gezond zijn. Het werk van een brandwacht is best zwaar. Denk bijvoorbeeld maar eens aan de brandslangen en het hulpverleningsgereedschap die je als brandwacht moet kunnen optillen! Als je een VBO-diploma hebt, 18 jaar bent en gezond ben en in teamverband wil werken, kun je het brandweerkorps van jouw gemeente opbellen om te vragen of er brandwacht-plaatsen vrij zijn. Kun je bij de brandweer terecht, dan krijg je eerst een keuring. Bij de keuring wordt je gezondheid gecontroleerd. Daarna krijg je een opleiding van twee jaar. Je leert in de opleiding dingen zoals: - hoe je een brand moet blussen - hoe je mensen en dieren kunt redden - hoe je moet omgaan met ademluchtmaskers - hoe je het hulpverleningsgereedschap moet bedienen - wat je moet doen bij mensen die bewusteloos zijn - wat je moet doen bij mensen met brandwonden. Als je het diploma gehaald hebt ben je brandwacht.

Brandweerofficier (leidinggevend)
Als je brandweerofficier wilt worden, moet je eerst HBO of universiteit gevolgd hebben. Je kunt er dus niet meteen na je middelbare school naartoe. Ook voor een officier is een goede gezondheid heel belangrijk. Maar je moet nog meer kunnen. Je moet slim zijn. Je moet goed met anderen kunnen samenwerken. En in spannende situaties helder kunnen blijven denken. De opleiding voor brandweerofficier wordt maar op één plaats gegeven, namelijk bij het Nederlands Instituut voor Brandweer en Rampenbestrijding (Nibra) in Arnhem. Bij het Nibra kun je je opgeven als je officier wilt worden. Het Nibra test alle mensen die zich opgeven. De beste mensen mogen de opleiding gaan volgen.

Als je bij de brandweer wilt werken, vraag dan eerst informatie aan. Als je brandwacht wilt worden, kun je informatie aanvragen bij de schooldecaan of bij de brandweer. Het adres en telefoonnummer van de brandweer kun je opzoeken in het telefoonboek, en op de website www.brandweerommen-hardenberg.nl. Bij de brandweer kunnen ze je vertellen of er plaatsen vrij zijn voor brandwachten. Maar ook wanneer er een informatie-avond is.

IMG 1252

Officier van Dienst (leidinggevende), Oranje is de kleur van de Officier van Dienst.



Als je brandweerofficier wilt worden, kun je informatie aanvragen bij het Nibra in Arnhem. www.nifv.nl

Vrijwilligers bij de brandweer
De meeste brandweermensen zijn vrijwilligers. Zij hebben een gewone baan. Ze werken bijvoor­beeld in een winkel, op een kantoor of in de bouw. Ze worden opgepiept als ze naar de brandweer moeten komen. '‘s Nachts slapen ze gewoon thuis. Ze kunnen dan ook opgepiept worden. Een paar avonden in de week gaan ze naar de brandweer toe om te leren en te oefenen hoe ze branden moeten blussen, hoe ze mensen moeten redden uit verongelukte auto's en zo. Daar moeten ze ook examen in doen. Ze leren precies hetzelfde als de beroepsbrandweermensen en krijgen ook hetzelfde examen. Dat kost best veel tijd, maar dat maakt hen niets uit, omdat ze zo graag bij de brandweer werken. Alarm!
De alarmcentrale van de brandweer krijgt meldingen meestal binnen via het 1-1-2 alarmnummer.

De brandweer wordt zo gewaarschuwd voor brand en ongevallen. De alarmcentrale waarschuwt de brandweermensen. Alarmeren heet dat. Dit alarmeren kan op verschillende manieren.

1. Door een sirene/bel of lichten of allebei.

2. Door een pieper.

3. Door de mobilofoon of de portofoon.

Brandweermensen die in de kazerne zijn, worden meestal gealarmeerd via een sirene en lichten. Brandweermensen die niet in de kazerne zijn, worden meestal door een pieper gealarmeerd. Een pieper is een zwart apparaatje dat je in je zak kunt stoppen of aan je riem kunt hangen. Het gaat hard piepen en trillen omdat er brand is of er een ongeluk is gebeurd. Dit betekent dan dat de brandweerman of vrouw zo snel mogelijk naar de kazerne moet komen om uit te rukken. Op de pieper kun je lezen wat er gebeurd is. Je kunt er niet door praten. Door een portofoon en een mobilofoon kun je wel terugpraten. Deze hulpmiddelen worden gebruikt om brandweermensen te alarmeren die al bezig zijn. Bijvoorbeeld met een kat uit een boom halen of een kelder leegpompen. Als er ergens anders brand of een auto-ongeluk is, worden ze gewaar­schuwd via de portofoon of mobilofoon. Ze gaan dan naar de brand of het auto-ongeluk, want dat is belangrijker. De portofoon is een draagbaar zwart apparaat met een kleine antenne. Het is hetzelfde als een "walkietalkie". De bevelvoerder gebruikt de portofoon om goed te kunnen overleggen met andere brandweermensen. Denk maar eens aan een brand in een groot gebouw. Je kunt dan niet naar elkaar schreeuwen. Bijvoorbeeld wat er aan de hand is. Waar je mee bezig bent. Wat anderen moeten doen. Enzovoort. Met een portofoon kan de bevelvoerder doorgeven wat de mensen van zijn ploeg moeten doen. De brandweermensen kunnen weer aan de bevelvoerder vertellen wat ze zien en waar ze mee bezig zijn. De mobilofoon is niet draagbaar. Hij is vastgemaakt in de brandweerwagen. Hij lijkt een beetje op een autoradio. Hij wordt gebruikt om boodschappen aan de alarmcentrale door te geven. Bijvoor­beeld wanneer de brand uit is en wanneer de ploeg teruggaat naar de kazerne. De alarmcentrale geeft ook boodschappen via de mobilofoon door aan de brandweerwagen. Zo wordt verteld of het een grote of kleine brand is, of er slachtoffers zijn en of er gevaarlijke stoffen aanwezig zijn. De mobilofoon wordt ook gebruikt om berichten door te geven tussen verschillende brandweer­wagens. Brandweermensen die worden opgepiept, gaan zo snel mogelijk naar de kazerne. Als er voldoende brandweermensen in de kazerne zijn, gaan ze zo snel mogelijk op weg naar de brand of het ongeluk. Dat heet uitrukken. Afhankelijk van de grootte van de brand of het ongeluk, rukken er één of meer brandweerwagens uit. Bij een kleine brand of een klein ongeluk is één brandweerwagen voldoende. Maar bij een grote brand of een groot ongeluk is het soms nodig om meer wagens te laten uitrukken.

IMG 3759

Om snel door het verkeer op de plaats van de brand of het ongeluk te komen, heeft elke brand­weerwagen blauwe zwaailichten en een sirene. Wanneer die gebruikt worden, moeten andere weg­gebruikers de brandweerwagen voorrang geven.

Brandweervoertuigen
De brandweer heeft verschillende soorten brandweerwagens: - bluswagens - redwagens - hulpverleningswagens - andere wagens Bluswagens hebben spullen die nodig zijn om brand te blussen, maar ook spullen om te kunnen helpen bij auto-ongelukken. Voor het blussen heeft de bluswagen een hele grote tank, waar heel veel water in zit. In de blus­wagen zitten natuurlijk ook blusslangen. Maar niet alle branden kunnen met water geblust worden. Soms is dat zelfs gevaarlijk. Bijvoorbeeld bij branden met olie. Daarom zitten er in de bluswagen ook andere blusmiddelen, zoals bluspoeder, schuim en koolzuursneeuw. In de bluswagen zit ook speciaal gereedschap om mensen te kunnen bevrijden uit verongelukte auto's. Bijvoorbeeld een speciale schaar, waarmee de brandweer het dak van een auto kan knip­pen. Als er brand in een gebouw is, kunnen de mensen er soms niet meer uit. Bijvoorbeeld in een flat. De brandweer kan dan redwagens gebruiken om mensen te redden. De redwagens hebben een ladder of een bakje op een lange staaf. Daarmee kunnen ze heel hoog komen. In de hulpverleningswagens zit nog meer gereedschap om mensen te kunnen helpen. Bij de brandweer worden soms nog andere wagens gebruikt. Welke wagens precies, hangt af van het gebied waar de brandweer werkt. Zo zijn er communicatiewagens, duikwagens, boswagens en terreinwagens.

Maar de brandweer heeft ook blusboten en blusvliegtuigen.

IMG 4335

Brandweeruitrusting
Branden blussen en helpen bij ongelukken is best gevaarlijk werk. Daarom hebben brandweer­mensen speciale kleren aan die hen beschermen. Bijvoorbeeld tegen de hitte van het vuur, of tegen scherpe voorwerpen, of tegen giftige rook. Bij speciale kleren moet je denken aan: - een bluspak - een helm - laarzen - handschoenen - adembescherming Deze speciale kleren hebben ze ook aan bij het oefenen.
Als brandweermensen met andere dingen bezig zijn, hebben ze meestal hun uitgaansuniform (net pak) aan. Bijvoorbeeld als ze kantoorwerk doen. Als brandweermensen uitrukken, hebben ze een speciaal bluspak aan. Bij brand zorgt dit pak ervoor dat de hitte wordt tegengehouden. Binnen in een brandend huis is het heel heet. Je kunt er niet blijven als je geen speciale kleren aanhebt. In een bluspak heb je minder snel last van de hitte. Daarom is zo'n pak nodig. Bij auto-ongelukken komt zo'n stevig pak ook van pas. Het zorgt er buiten voor dat de brandweer­mensen het niet snel koud krijgen. En dat ze beschermd worden tegen splinters en andere scherpe dingen. De helm is belangrijk. Hij zorgt ervoor dat het hoofd van brandweermensen beschermd is als er iets zwaars op komt. In een brandend huis kan van alles naar beneden vallen. Balken van het plafond bijvoorbeeld. Brandweermensen hebben ook speciale laarzen aan. De neuzen zijn stevig gemaakt met ijzer aan de binnenkant. Komt er iets zwaars op de laarzen, dan bezeren de brandweermensen hun tenen niet. De laarzen hebben een dikke zool. Daardoor maakt het brandweermensen niet uit of ze over puin moeten lopen. Dat doet geen pijn. Om hun handen te beschermen tegen hete of scherpe voorwerpen, hebben brandweermensen speciale handschoenen aan. Deze handschoenen zijn gemaakt van dik leer. In een brandend huis is zo veel rook dat je niets kunt zien. Het is er pikzwart. Die rook is erg heet en giftig. Je longen kunnen er niet tegen als je die rook inademt. Je kunt er zelfs aan doodgaan. Daarom hebben brandweermensen verse lucht in een fles op hun rug. Die lucht wordt ademlucht genoemd. Door een slang gaat de ademlucht naar een masker dat de brandweermensen op hun gezicht heb­ben. Het masker zorgt ervoor dat ze geen rook inademen, alleen de lucht uit de fles. Een brand­weerman kan ongeveer twintig minuten doen met de lucht in de fles. Dan is de lucht op en moet de fles verwisseld worden. Natuurlijk zijn brandweermensen niet de hele dag aan het oefenen en uitrukken. Ze hebben daarom ook niet de hele dag hun uitrukuniform aan. Als ze andere dingen moeten doen, hebben brandweermensen een uitgaansuniform aan. Bijvoorbeeld als ze afspraken hebben met mensen van buiten de brandweer. Of als ze controleren in een schouwburg of circustent. Of bij plechtigheden, zoals recepties.

Wat is brand?
Je krijgt niet zomaar brand. Voor brand zijn drie dingen nodig:

IMG 3768

  • brandbare stof, zoals hout of papier of stof
  • temperatuur, het moet heet zijn
  • zuurstof, er moet zuurstof zijn. (zuurstof zit overal in de lucht)

 

Pas als al deze drie dingen er zijn, ontstaat er brand. Om de brand te blussen haalt de brandweer één van de drie dingen die nodig zijn voor brand weg. Vaak doen ze dat door ervoor te zorgen dat de temperatuur naar beneden gaat. Daar gebruiken ze water voor. Ook wordt soms de brandende stof weggehaald. Bijvoorbeeld bij een schoorsteenbrand wordt het brandende roet weggehaald. Verder kan de brandweer de brand blussen door te zorgen dat er geen zuurstof meer bij de brand kan komen. Dit kan door schuim over een oliebrand spuiten. Door een van de drie zijden van de branddriehoek weg te halen gaat de brand vanzelf uit.

Als je een keer met brand te maken krijgt, moet je het volgende doen:

  • Raak niet in paniek.
  • Ga naar buiten. Doe ramen en deuren achter je dicht.
  • Waarschuw de andere mensen die in de buurt zijn.
  • Bel 1-1-2 en vraag om de brandweer.

IMG 9096

Een vluchtplan? Van levensbelang!

Verstandig handelen bij een brand is bijna niemand van nature ingegeven. Hoe is dat bij u thuis; wat doet u wanneer er brand uitbreekt? Praat u daar wel eens met uw gezinsleden over? Of bent u ook zo iemand die denkt dat het u nooit zal overkomen? Zelfs in de kleinste ruimtes die u door en door kent, raakt u bij rookontwikkeling uw oriëntatie kwijt. Met behulp van deze pagina willen wij u een aantal belangrijke adviezen geven. Adviezen in de vorm van een vluchtplan. Een vluchtplan omvat een aantal afspraken die u samen met uw huisgenoten maakt. Aan de hand van dit plan bent u bij brand beter in staat om, samen met uw huisgenoten veilig uit de brandende woning te vluchten.


Vluchtplan beperkt slachtoffers en schade

Wanneer bij brand in een huis iedereen spontaan reageert, gaat het mis. Huisgenoten raken elkaar kwijt en deuren en ramen worden opengegooid waardoor de brand extra aanwakkert. Om dat te voorkomen moet u, samen met uw huisgenoten, nu al doorpraten wat u in zo'n situatie te doen staat, ofwel een vluchtplan bedenken. Door er regelmatig met elkaar over te praten, weten u en uw huisgenoten hoe er gehandeld moet worden bij brand.


Vluchtroute

Natuurlijk moet bij brand iedereen zo snel mogelijk naar buiten. Daarom is het belangrijk dat u met uw huisgenoten afspreekt wat de snelste en veiligste manier is om het huis te verlaten. Dit noemen we de 'vluchtroute'. Deze route is afhankelijk van de situatie in uw huis. Heeft u met uw kamergenoten eenmaal afgesproken waar de vluchtroute is, dan hoeft u daar tijdens brand niet meer over na te denken. Een route van boven naar beneden is het beste, want rook stijgt immers op. Bedenk ook een alternatief voor het geval dat de vooraf besproken vluchtweg niet begaanbaar is.

 

Vluchtkamer

Als u het huis niet kunt verlaten omdat de vluchtroute afgesloten is, dan moet u naar de 'vluchtkamer'. De 'vluchtkamer' is een ruimte aan de straatzijde, zodat de brandweer er gemakkelijk bij kan. Een andere mogelijkheid is bijvoorbeeld een balkon.
Spring niet naar beneden!
Dat levert minimaal ernstige verwondingen op. Probeer paniek te voorkomen en wacht op hulp. Blijf intussen de aandacht van uw omgeving trekken. De brandweer rukt bij brand in woningen altijd uit met een redvoertuig.


Portiekwoningen

In portiekwoningen is het trappenhuis vaak de belangrijkste uitweg bij brand. Hou daarom, samen met uw medebewoners, het trappenhuis vrij van obstakels zoals fietsen en kinderwagens. Zet ook nooit brandbare voorwerpen -bijvoorbeeld vuilniszakken- in het trappenhuis. Ook kelderboxen verdienen extra aandacht. Vaak worden hier brandbare materialen zoals verf verdunner en lijm bewaard. Als u gaat knutselen in de kelderbox zorg dan dat u een brandblusser of emmerwater binnen handbereik heeft. Is het trappenhuis bij brand onbegaanbaar, ga dan naar de 'vluchtkamer' of het balkon. Zoals gezegd: Spring niet naar beneden!


Verzamelpunt

Een belangrijk onderdeel van het vluchtplan is het verzamelpunt, een plaats buiten het huis waar u en uw huisgenoten het eerst heenlopen. Door een vast punt af te spreken, ziet u zeer snel of iedereen het huis heeft kunnen verlaten. Ontbreekt er iemand, ga dan ooit het brandende huis weer in! U brengt daarmee uw eigen leven en dat van anderen in gevaar. Licht de brandweer in zodra deze arriveert. Als iedereen het huis heeft verlaten, dan hoeven de brandweermensen geen risico's te lopen met zoekacties, maar kunnen zo snel mogelijk met blussen beginnen.

Wat moet u bespreken voor het vluchtplan

 

Bespreek in een vluchtplan de volgende stappen met uw huisgenoten:

1) De ontdekking van de brand
Uw rookmelder gaat af, u hoort glas breken, ziet rook of ruikt een brandlucht. Open niet meteen de deur van de kamer waarin u bent, maar voel aan de deur hoe warm deze is. Is de deur erg heet, doe deze dan niet open. Het vuur is in dat geval te dichtbij. Zoek een adere opening in de kamer om weg te komen. Als de deur slechts een beetje warm is kunt u deze openen. Doe dit wel voorzichtig want door de deur te openen kan er een plotseling zuurstoftoevoer ontstaan waardoor de brand aanwakkert.

2) Waarschuwen
Natuurlijk moet u eerst alle huisgenoten waarschuwen. Zorg er voor dat u of iemand anders de brandweer alarmeert via 1-1-2. Daarna probeert u vast te stellen in welk stadium de brand verkeert. Immers, u moet nu snel beslissen of het nog verantwoord is om zelf te proberen de brand te blussen. In alle gevallen geldt: neem geen enkel risico. De veiligheid van u en uw huisgenoten staat voorop. Vergeet niet op uw ronde door het huis ramen en deuren te sluiten. Openstaande ramen en deuren zorgen voor extra zuurstoftoevoer, waardoor de brand aanwakkert.

3) Gas en elektra
Wanneer u hier nog tijd voor heeft, moet u de gaskraan dichtdoen en elektrische apparaten uitschakelen.

4) Vluchtroute
U en uw huisgenoten nemen zo snel mogelijk de met iedereen afgesproken vluchtroute. Buiten gekomen ziet u elkaar op het ontmoetingspunt. Is de vluchtroute niet begaanbaar, dan moet u naar de vooraf besproken vluchtkamer of het balkon. Als u moet lopen door de rook, blijf dan zo laag mogelijk bij de grond. Op deze manier loopt u de minste kans op het inhaleren van (schadelijke) rook. Neem eventueel een natte (hand)doek voor de mond.

5) Vluchtkamer
Is de vluchtroute onbegaanbaar, verzamelen u en uw huisgenoten zich in de vluchtkamer. Maak ruimtes onder deuren en andere kieren dicht met natte handdoeken. Neem eventueel een natte handdoek voor de mond en blijf voortdurend de aandacht van de omgeving trekken, zodat u vanaf de straatzijde opgemerkt kunt worden.


Kinderen

Laat (jonge) kinderen liever niet alleen thuis. Als er zich een situatie voordoet waarbij dit toch gebeurt, spreek dan met de kinderen af wat zij moeten doen als er brand uitbreekt. In ieder geval moeten zij zo snel mogelijk naar buiten gaan en hulp vragen bij de buren. Sluit daarom nooit alle deuren af, maar zorg dat de kinderen via de voor - of achterdeur het thuis kunnen verlaten.


Hang - en sluitwerk

De laatste jaren wordt veel aandacht besteed aan inbraakpreventie. Extra sloten en beveiligingen moeten het de inbreker(s) zo lastig mogelijk maken. Let u echter bij het (laten) aanbrengen van extra voorzieningen op het volgende:

  • Kies waar mogelijk voor extra sloten die met een handgreep geopend kunnen worden;
  • Als u gebruik moet maken van sleutels, zorg dan dat u deze in geval van rookontwikkeling blindelings kunt vinden (dus niet in een keukenla, maar bijvoorbeeld op een haakje naast de deur;
  • Gebruik bij deuren in huis geen hangsloten; het snel verwijderen hirvan blijkt meestal een lastig karwei in panieksituaties; Houdt bij het aanbrengen van extra voorzieningen voor ogen dat 'van buiten naar binnen' heel moeilijk moet zijn, maar van 'binnen naar buiten' heel makkelijk!

 

Rookmelders

Rookmelders zijn apparaten die instaat zijn rook en dus brand te ontdekken. Zij laten dan een luid alarmsignaal horen. Belangrijk is dat een rookmelder de brand in het beginstadium kan ontdekken, waardoor u meer tijd heeft uzelf en uw huisgenoten in veiligheid te brengen.

 


Uitwerpladders, lijnen en touwen

Helaas ontstaan er wel eens situaties (bijvoorbeeld bij een late ontdekking) waarbij een brand zo snel om zich heen grijpt dat u geen tijd heeft om op hulp te wachten. Voor het ontvluchten vanaf hoger gelegen verdiepingen bestaan vluchtmiddelen die u kunnen helpen bij het veilig bereiken van de straat. De brand of uitwerpladder wordt hiervoor het meest gebruikt. Deze ladders kunnen worden opgeslagen onder een bed, kast of vensterraam. De ladder kan zeer snel uitgeklapt of uitgerold worden en met behulp van haken aan het kozijn gehangen worden. Brand - of uitwerpladders zijn er in verschillende lengtes. Speciale lijnen en touwen moeten op een plaats liggen waar u snel bij kunt komen. Bedenk wel dat er bij het gebruik van lijnen of touwen nogal wat lichamelijke vaardigheid vereis is. De brandweer adviseert u over deze hulpmiddelen.

Koolmonoxyde

Bij koud weer doet iedereen er meestal van alles aan om er binnen warmpjes bij te zitten. Soms met meer gevolgen dan het warmer worden in huis. Elk jaar weer levert het stoppen van kieren en gaten met oude kranten en handdoeken in combinatie met slecht onderhouden gastoestellen dodelijke slachtoffers op.

Bij een onvolledige verbranding van bijvoorbeeld aardgas, hout of kolen ontstaat koolmonoxyde. Een zeer giftig gas dat 250 maal sneller in het bloed wordt opgenomen dan zuurstof.
Het CO is een echte sluipmoordenaar: je ruikt en proeft het niet en voor je het weet ben je bewusteloos. De brandweer zet de oorzaken en tips in deze folder op een rijtje.

(Bad)geiser

Een geiser moet het aardgas, dat toegevoerd wordt, kunnen verbranden. Daar is zuurstof voor nodig. Is er te weinig zuurstof, dan verbrandt niet alles en vormt zich koolmonoxyde.
Mogelijke indicaties om het gevaar aan te zien komen zijn:
- in de geiser zelf is de vlam oranje en brandt hoger dan normaal;
- door de vrijkomende waterdamp, die niet via de afvoer verdwijnt, beslaan de ramen.

Preventie
Het jaarlijks laten controleren van uw (bad)geiser door een erkend installateur is een goede preventieve maatregel.
De vlam van een goed afgesteld gastoestel is blauw. Ook het afvoerkanaal moet schoon en in orde zijn. Daarnaast moet er voldoen de lucht toegevoerd worden. Tegenwoordig zijn er ook zogenoemde gesloten geisers op de markt. Deze apparaten zorgen zelf voor voldoende zuurstof, opdat er nooit sprake kan zijn van koolmonoxydevorming.

Centrale verwarmingsinstallaties/gaskachels
Voor de centrale verwarmingsketel in uw huis of een gaskachel in uw huiskamer geldt hetzelfde als voor een (bad)geiser.
Een dodelijk ongeval deed zich voor in een nieuwbouwwijk waar een jong gezin - man, vrouw en hun zoontje van anderhalf jaar - om het leven kwam.
De woning was nog maar een jaar oud en uitstekend geïsoleerd. Een centraal afzuigsysteem zorgde voor het afvoeren van de lucht uit de woning. In verband met de kou werd echter de aanvoerbuis van frisse lucht met een handdoek dichtgestopt. In zo'n geval heeft de cv-ketel binnen een paar uur alle zuurstof uit de woning verbrand en wordt koolmonoxyde gevormd. Familieleden troffen het gezin levenloos aan.

Preventie
Vooral in nieuwbouwwoningen is door goede isolatie geen natuurlijke ventilatie (kieren en gaten) meer aanwezig. Daarom mogen luchtaanvoer en -afvoer nimmer worden afgesloten. Ook niet bij een zeer koude winter. Let ook op de afzuigventilator van de keuken, centrale afzuiging van keuken, wc en badkamer. Zorg ervoor dat de afvoer van de geiser op het gasafvoerkanaal is aangesloten en niet op het ventilatiekanaal. Bij oudbouw komt men ook in de verleiding om - bij extreme kou - kieren en gaten met kranten of lappen dicht te stoppen. De zogenoemde natuurlijke ventilatie is dan niet meer aanwezig, terwijl er ook op geen andere manier geventileerd wordt.
Ook het structureel dichtmaken van kieren en naden met behulp van kitafdichting en tochtstrips levert gevaar op wanneer er geen alternatief luchtaan- en afvoersysteem voor in de plaats komt.

Schoorsteen
Vervuiling door nestmaterialen, specie, stenen of slechte kwaliteit van het kanaal kan er toe leiden dat de schoorsteen vervuild of verstopt raakt. Ook door het stoken kan een schoorsteenkanaal zodanig verstopt raken dat het dichtslibt.
De verbrandingsgassen stromen bij een verstopte schoorsteen rechtstreeks uw kamer in.

Preventie
Een schoorsteen waarbij kolen, olie of hout gestookt wordt moet tenminste 1 x per jaar geveegd worden. Een schoorsteen voor een gasgestookt kanaal moet ieder jaar worden nagezien en zonodig geveegd. Informatie over aangesloten schoorsteenvegers in uw buurt: Algemene Schoorsteenvegers Patroonsbond, Amsterdam.

Koolmonoxyde-melderBij diverse doe-het-zelf zaken zijn sinds kort electronische koolmonoxydemelders verkrijgbaar. De melder gaat af met een krachtige sirene, bij een te hoog percentage koolmonoxyde in de lucht. Volg de montagevoorschriften goed op!

Keuringen gasinstallatie
U kunt bij uw energiebedrijf tegen een geringe vergoeding een veiligheidsonderzoek laten uitvoeren.

Voorlichting

Het alarmnummer 1-1-2 wordt elke dag ruim honderd maal gebeld om een kleinere of grotere brand te melden. Dat zijn in één jaar bijna 40.000 meldingen. Ruim 50.000 mensen lopen per jaar brandwonden op, als gevolg van ongevallen. Die brandwonden zijn zo ernstig dat ze ten minste door de huisarts of poliklinisch moeten worden behandeld. In 1996 bedroeg de schade door brand bijna 1,2 miljard.

Het zijn kille cijfers, waar een onbeschrijfelijke hoeveelheid leed achter schuilgaat. Brand en brandwonden, het zal je maar gebeuren. Een brand verwoest alles. Niet alleen je huis kan in vlammen opgaan, je hele bezit gaat verloren in een brand. Bij een brand verliezen mensen hun geschiedenis. Maar mensen, die het overkomen, zijn altijd weer blij dat zij zelf de dans zijn ontsprongen. De materiële schade is één, zelf slachtoffer worden van brand en brandwonden kan nog veel erger zijn.

Voorkómen
Er valt iets aan te doen. De meeste ongelukken, met brand en brandwonden als gevolg, kunnen worden voorkómen en vaak met simpele en goedkope maatregelen. Niet roken in bed kost niets. En daarmee zou het percentage brand(wonden) slachtoffers fors kunnen worden verminderd. Bij het kopen van kinderkleding letten op de brandbaarheid van het textiel vergt evenmin een grote financiële investering. Het installeren van rookmelders in uw woning, zodat u op tijd uw huis uit kunt komen, hoeft niet meer dan enkele tientallen euro's te kosten. Negen van de tien ongevallen met brand en brandwonden tot gevolg kunnen worden voorkómen, als u zelf voldoende aandacht heeft voor preventie.

Brand !!!
Bij brand is het van groot belang niet in paniek te raken. Het beste is om direct de brandweer via 1-1-2 te bellen en iedereen in huis te waarschuwen. Begin zo mogelijk zelf met blussen maar neem geen enkel risico. Sluit ramen en deuren van het brandende vertrek als het blussen niet lukt. Als er veel rook vrijkomt, blijf dan laag bij de grond als u het huis verlaat. Rook verspreidt zich razendsnel en maakt de meeste slachtoffers.

Rookmelders
Een belangrijke voorwaarde om te voorkomen dat er slachtoffers vallen, is dat de brand tijdig wordt ontdekt. Vooral ´s nachts kunnen rookmelders hieraan een belangrijke bijdrage leveren. De kans op een dodelijk ongeluk bij brand vermindert daarmee aanzienlijk. Plaats minstens één rookmelder per verdieping. Bijvoorbeeld op de overloop, in de slaapkamer, in de woonkamer of het trapgat. Controleer eerst of het signaal van de rookmelder overal in huis goed hoorbaar is. Let bij de aanschaf van een rookmelder altijd op het Goedmerk. Deze rookmelders zijn uitvoerig getest en goede werking is gegarandeerd.

Brandblussers en branddekens
In veel gevallen is water het beste blusmiddel (maar nooit voor de frituurpan). Een brandblusser in huis is dan ook geen overbodige luxe.

Brandblussers moeten jaarlijks gecontroleerd worden. Als u een brandblusser nodig hebt, moet u er razendsnel bij kunnen. Bevestig hem op een makkelijke bereikbare plaats en zorg dat de blusser snel uit zijn houder te halen is.

Een ander middel voor de keuken is een branddeken. Slaat bijvoorbeeld de vlam in de pan, dan kan dit hiermee makkelijk worden gedoofd.

Brandwonden
Wat moet u doen als iemands kleding vlam heeft gevat en het vuur is niet één-twéé-drie te stoppen? Als er geen water in de buurt is, sla dan een jas, deken of kleed om de persoon heen. Het vuur krijgt geen zuurstof meer en dooft. Trek het kleed bij de hals dicht om te voorkomen dat de vlammen en rook het gezicht bereiken. Wanneer iemand toch brandwonden heeft opgelopen, zorg dan zo snel mogelijk voor langdurige koeling met koel stromend water.

Belangrijke tips voor het voorkomen van brand in huis

  • Houd lucifers en aanstekers buiten bereik van kinderen.
  • Rook nooit in bed.
  • Zet geen kaarsen in de buurt van brandbaar materiaal zoals gordijnen en gebruik onbrandbare kaarsenstandaards.
  • Schuif bij vlam in de pan een deksel over de pan en draai het gas uit. Nooit water gebruiken of met de pan lopen.
  • Reinig regelmatig het filter van de afzuigkap, zodat geen brandbare vetresten aanwezig zijn.
  • Ventileer goed bij gebruik van vluchtige schoonmaak-, plak- en oplosmiddelen en rook niet.
  • Vul de brander van fondue- en gourmetstellen niet in de nabijheid van vuur. Vul pas bij als deze helemaal is afgekoeld.
  • Schakel na het kijken de t.v. uit met de aan/uitschakelaar. Het toestel staat nog aan als alleen de afstandsbediening is gebruikt.
  • Houdt halogeenverlichting, in verband met warmteproductie, uit de buurt van brandbaar materiaal en schakel deze uit bij afwezigheid.
  • Laat de strijkbout nooit onbewaakt achter.
  • Wanneer de zekeringen (stoppen) doorslaan, verhelp dan de oorzaak of roep hulp van een vakman in.
  • Leg geen elektriciteitssnoeren onder het tapijt en gebruik zo min mogelijk verlengsnoeren.
  • Let bij de aanschaf van meubilair op de brandbaarheid.
  • Laat gastoestel en schoorsteen regelmatig schoonmaken en controleren.
  • Plaats een handscherm voor de openhaard en voorzie de schoorsteen van een vonkenvanger
  • Plaats bij gebruik van flessengas de gasfles rechtop; gebruik goede slangen en klemmen; vernieuw de gasslang ten minste elke twee jaar; vul de fles niet bij een LPG-station; zorg voor goede ventilatie.
  • In een brandwerende kast kunnen waardevolle zaken tegen brand beschermd worden. Uit een testrapport moet de brandwerendheid blijken. Voor het opbergen van foto´s, dia´s en floppydisks is een speciale kast vereist.(Een brandwerende kast biedt niet altijd bescherming tegen inbraak.)


Wat te doen bij brand

  • Sluit deuren en ramen en waarschuw direct de brandweer via alarmnummer 1-1-2.
  • Rol iemand die in brand staat over de grond en dek hem af met een deken of jas. Zet of leg het slachtoffer onder de koude douche of in een koud bad tot een arts aanwezig is.
  • Zorg dat de brandweer de woning goed kan bereiken
  • Wacht de brandweer op en geef informatie over gevaarlijke stoffen gasflessen en andere eventuele gevaren en eventuele slachtoffers.

Contact

Veiligheidsregio IJsselland
(Cluster Oost - Ommen-Hardenberg)
Postbus 1453
8001 BL Zwolle
Tel: 088-1197000     Bij Spoed 112

Inloggen korpsleden                                                                                                                                                                                                                            (c) 2013 realisatie door Webfra BV