Tips voor het afsteken van vuurwerk

Denk aan het volgende:

Legaal vuurwerk koop je bij de officiële verkooppunten op 29, 30 of 31 december.

• Afsteken mag vanaf 31 december 18.00 uur tot 1 januari 02.00 uur.

• Wees altijd alert bij het afsteken van en het kijken naar vuurwerk.

• Houd voldoende afstand van vuurwerk én van andere mensen die vuurwerk afsteken.

• Lees voor het afsteken van vuurwerk de instructies.

• Draag altijd deze vuurwerkbril bij het kijken naar en het afsteken van vuurwerk.

• Gebruik een aansteeklont.

• Draag geen brandbare kleding of een capuchon.

• Zet siervuurwerk altijd op een stevige, stabiele en vlakke ondergrond neer.

• Zet vuurpijlen in een verzwaarde fles of in een PVC buis die stevig in de grond is gezet.

• Let bij het afsteken van vuurwerk op de windrichting.

• Koud vuur bestaat niet, ook sterretjes kunnen oogletsel veroorzaken.

 

Zet een vuurwerkbril op!

Elk jaar lopen honderden mensen ernstig oogletsel op door vuurwerk. Je kunt je ogen beschermen met een speciale vuurwerkbril. Die kun je rond de jaarwisseling voor een paar euro kopen bij veel opticiens en ziekenhuizen.

Vuurwerk-veiligheidsbril

Brandveiligheid, ook tijdens feestelijke dagen

Ook als u thuis feest viert, doet u er goed aan eens stil te staan bij de risico’s op brand. Door eenvoudige maatregelen kunt u ervoor zorgen dat uw feest thuis veilig verloopt. De brandweer helpt u graag brandveilig feest te vieren. 

Versiering

Moeilijk brandbaar versieringsmateriaal beperkt de risico’s bij brand. Het is verkrijgbaar in de reguliere handel. Vraag er nadrukkelijk om. Op de verpakking kunt u zien of de versiering brandveilig is. Hang versieringen langs en aan de plafonds zo op dat niemand er tegenaan kan lopen. Zorg er ook voor dat versieringen niet in aanraking komen met verlichting en apparaten die warm worden. Hang de versiering op met ijzerdraad, dan valt het bij brand niet snel naar beneden. Gebruik geen natuurlijk dennengroen. Dat is zeer brandbaar, zeker als het droog is.

Verlichting

Gebruik alleen goedgekeurde elektrische verlichting. Bijvoorbeeld met een KEMA-keur. Controleer voor het gebruik of de bedrading niet is beschadigd. Gebruik een gaaf en goed passend verlengsnoer en leg dat zo neer dat niemand erover kan struikelen. Plak bekabeling die over de vloer loopt met stevige tape goed vast. Rol kabelhaspels helemaal af. Deze worden anders warm, waardoor brand kan ontstaan. Verleng een verlengsnoer nooit met een ander verlengsnoer. Let erop dat verlichting die warm wordt niet dichtbij licht ontvlambare materialen wordt gebruikt. Schakel de verlichting altijd uit wanneer u weggaat of gaat slapen.

Kaarsen

Zet kaarsen in een stevige houder op een vlakke ondergrond. Gebruik geen houders van plastic, hout of ander makkelijk brandbaar materiaal. Zet kaarsen niet te dicht bij een warmtebron, zoals op de vensterbank. Door warmte kunnen kaarsen week worden en ombuigen. Zet kaarsen ook niet dicht bij andere brandbare materialen, zoals de gordijnen. Zorg dat kaarsen buiten bereik van kinderen en huisdieren blijven en laat ze nooit alleen met brandende kaarsen, ook niet voor een paar minuten. De kaarsen in kerststukjes kunt u beter niet aansteken. Doet u het toch, laat de kaarsen dan niet te ver opbranden en zet het kerststukje in het zicht. Het bovenstaande geldt natuurlijk ook voor olielampen, gelbranders en dergelijke.

Fonduen en gourmetten

Zorg dat het fondue- of gourmetstel tijdens gebruik op een niet brandbaar onderblad met opstaande randen staat. Zo wordt de tafel niet te heet en vangt u gemorste olie op. Gebruikt u spiritus? Vul dan nooit de brander in de nabijheid van vuur. Vul de brander pas als deze helemaal is afgekoeld en doe dit niet op de tafel. Denk er aan dat een spiritusvlam nagenoeg onzichtbaar is; hij kan nog volop branden terwijl u denkt dat hij uit is. Nog beter is het om een gelbrander te gebruiker. Die is veiliger dan een spiritusbrander. Net als bij gewoon koken kan bij fonduen de vlam in de pan slaan. Leg daarom een passend deksel in de buurt om snel te kunnen reageren. Een branddeken is een goed alternatief wanneer u geen passend deksel heeft. Zet een elektrisch fonduestel zo dicht mogelijk bij het stopcontact. Dan kan niemand over het snoer struikelen en het fonduestel meesleuren. Reik nooit over een fondue- of gourmetstel heen om iets te pakken. Als er iets misgaat, loopt u een groot risico op brandwonden. Gebruik geen pannen van aardewerk om te fonduen. Die zijn niet bestand tegen de hoge temperatuur. Houd kleine kinderen weg bij een fondue- of gourmetstel.

Kerstbomen

Een kunstkerstboom die moeilijk brandbaar is, is veel veiliger dan een natuurlijke kerstboom. Wanneer u toch kiest voor een natuurlijke boom, zet deze dan in de verste hoek van de kamer (gezien vanaf de uitgang van uw kamer). Zet de boom dus niet in de loop- of vluchtroute. Zo voorkomt u dat u bij een calamiteit ingesloten raakt. Zorg er voor dat de boom goed stevig staat en niet gemakkelijk omvergelopen kan worden. Zet de boom ook niet te dicht bij de gordijnen of andere gemakkelijk brandbare materialen. Om te zorgen dat de boom minder brandbaar is, moet de boom vocht vast kunnen houden. Kijk bij de koop of er geen groene naalden uitvallen. Dit kunt u testen door een paar keer met de boom op de grond te tikken. Zaag 3 centimeter van de stam af en plaats de boom in een houder waarin deze 5 centimeter onder water kan staan. Vul het reservoir dagelijks bij met water. Een kerstboom met kluit kan natuurlijk ook, mits deze voldoende water kan opnemen en ook dagelijks voldoende water krijgt. In een verwarmde ruimte kan een boom maximaal drie weken het vocht vasthouden. Mocht de boom veel naalden verliezen of bruin worden, dan moet de boom zo snel mogelijk worden verwijderd. Koop in ieder geval een boom die niet te groot is voor uw kamer en gebruik nooit echte kaarsjes in de boom. Een moment van onoplettendheid kan uw boom in een fakkel doen veranderen.Wanneer er toch brand uitbreekt.

Mocht er ondanks alle maatregelen toch nog iets misgaan, handel dan als volgt:

1. Blijf kalm.

2. Waarschuw de overige aanwezigen.

3. Vlucht volgens uw eigen vluchtplan.

4. Houd deuren en ramen gesloten en sluit deuren achter u.

5. Blijf bij rookontwikkeling dicht bij de grond.

6. Bel - nadat u gevlucht bent - direct 112.

 

Meer informatie op brandweer.nl - tekst brandveiligheids info nummer 17

Gouden regels en tips bij een Schoorsteenbrand

Schoorsteenbrand ontstaat doordat de aanslag in de schoorsteen, een dikke laag zeer brandbaar "creosoot" in brand vliegt. (dit zijn onverbrande deeltjes die zich tegen de schoorsteenwand afzetten en zich aankoeken tot een teerachtige substantie)


Hoe herkent u dit ?

U zal bij een schoorsteenbrand een soort loeiend lawaai horen in het schoorsteenkanaal.

U heeft een schoorsteenbrand, wat nu ?

  • Doof snel het vuur in het toestel met zand of soda om rook in uw huis te voorkomen.
  • Sluit direct hierna de schoorsteenklep.
  • Sluit direct de luchttoevoer van de kachel, bij openhaard de deurtjes.
  • Waarschuw direct de brandweer.
  • Ventileer direct na het doven van het vuur de ruimte.(i.v.m. KOOLMONOXIDE vorming!!)


Wat nooit te doen ?

Blus nooit met WATER, het water zet namelijk uit in de vorm van stoom en doordat dit zo snel gebeurd onstaat er een overvloed van stoom in een te kleine ruimte en dan zal er een zeer redelijke kans zijn dat het kanaal onder deze druk scheurt of zelfs een kleine knal (explosie) ontstaat.


Tips :

  • Zorg voor een emmer met zand of soda naast de openhaard/kachel/schoorsteen.
  • Zorg ervoor dat uw schoorsteen minstens 1 x per jaar wordt geveegd door een erkend bedrijf. (is afhankelijk van hoeveel u stookt in het jaar en hoe/en wat u stookt)
  • Zorg ervoor dat de schoorsteen ook regelmatig wordt gecontroleerd op scheuren/lekkage.


Toch zelf vegen ?

Als u de schoorsteen zelf veegt, kunt u niet zien wat u doet. U moet dus op goede apparatuur vertrouwen.
Dat is in de eerste plaats een stalen borstel, waarmee u de gehele wand kunt afschrapen. Een spiegel aan een (uitschuifbare) stok en een zaklamp zijn daarbij onmisbaar.
Als de creosoot erg vast zit, hebt u een ramoneur nodig. Ga er wel voorzichtig mee om, anders beschadigd u de schoorsteenwand.
Veeg van boven af. Alleen als de bovenkant niet of moeilijk bereikbaar is, kunt u met speciale apparatuur van onderaf vegen.

Tip :

Span aan de onderkant voor de openhaard een doek als u boven gaat ramoneuren, dit bespaart u een hoop rommel in uw woonkamer.

Wees bedacht op KOOLMONOXIDE vorming!

Voor meer informatie en filmpjes over het voorkomen van schoorsteenbranden klik hier

Veilig recreëren met Bertje Blus

De komende zomerseizoenen gaan de brandweerkorpsen van Ommen - Hardenberg en Dalfsen veel aandacht schenken aan het veilig kamperen. De drie gezamenlijke Vechtdalgemeenten zijn goed voor bijna drie miljoen toeristische overnachtingen per jaar. Campinggasten zijn zich vaak niet voldoende bewust van de risico’s die het kamperen met zich mee kan brengen. Bertje 1

Bertje Blus
De afgelopen jaren heeft de brandweer op verschillende campings in het Vechtdal gasten moeten aanspreken op brandgevaarlijke situaties in of rondom de caravan. Om de risico’s op brand op de kampeerplek te verminderen gaat ‘Bertje Blus’ vanaf 3 juni de campings in het Vechtdal af om campinggasten meer bewust te maken van de risico’s die zij in of rondom hun caravan of tent lopen wanneer zij het niet zo nauw nemen met het gebruik van gas of stroom.

Weinig incidenten
De recreatieondernemers besteden zelf ook veel aandacht aan brandveiligheid. Daardoor zijn er jaarlijks gelukkig erg weinig incidenten op de Vechtdalcampings, waarvoor de brandweer moet uitrukken. Ondanks dat is het belangrijk dat de campinggasten weten wat zij moeten doen om voor een veilig gebruik van gas en elektriciteit te zorgen om zodoende een zorgeloze vakantie te houden. Tips van Bertje Blus
Bertje Blus is de mascotte voor de brandveiligheidscampagne die de komende vijf zomerseizoenen op een flink aantal campings in het Vechtdal te zien is. Bertje Blus is een superheld en geeft campinggasten tips over hoe zij veiliger kunnen kamperen, zonder daarbij belerend over te komen.

Folders
Om de campagne kracht bij te zetten werden zaterdag 100.000 Bertje Blus folders verspreid over de campings in het Vechtdal. De recreatieondernemers reiken deze uit aan hun gasten. De folder is ook beschikbaar op de websites van de gemeenten Dalfsen, Hardenberg en Ommen. Daarnaast geeft de brandweer deze zomer demonstraties op verschillende campings. Dit in goed overleg met de recreatieondernemers.

Bertje 2

Download hier de folder

Spreekbeurtinformatie

Op deze pagina tref je allerlei informatie aan over de brandweer. Deze informatie is te gebruiken voor spreekbeurten en werkstukken. Mocht je foto's nodig zijn klik dan op onderstaande link voor een speciale pagina waar foto's staan van de brandweer. (voertuigen, materiaal, kazerne, etc.. en nog veel meer)

  •     Fotomateriaal voor een spreekbeurt

De Brandweer

Bijna elke gemeente in Nederland heeft een eigen brandweerkorps. Er zijn 633 gemeentelijke brandweerkorpsen. In die korpsen werken ongeveer 26.000 brandweervrijwilligers en 4.000 beroepsbrandweermensen.

Beroepsbrandweer

In grote gemeenten, zoals bijvoorbeeld Amsterdam, Rotterdam en Den-Haag is vaak een beroepsbrandweer. Deze beroepsbrandweermensen hebben geen ander beroep. Hun beroep is brandweerman of brandweervrouw. Ze zijn steeds op de kazerne. Als er een brand is of een ongeluk, worden ze door een toeter of een bel gewaarschuwd. Ze trekken dan hun brandweerpak aan en rennen naar de brandweerauto.

Brandweervrijwilligers
De meeste mensen die bij de brandweer werken, zijn vrijwilligers. Dat is ook in Ommen-Hardenberg het geval. Dit betekent dat ze eigenlijk een ander beroep hebben. Ze doen het brandweerwerk erbij. Vrijwillige brandweermensen hebben altijd een pieper bij zich. Wanneer er brand is of iets anders, gaat de pieper af. De brandweermensen weten dan dat ze naar de brandweerkazerne moeten komen. Ze laten meteen hun gewone werk in de steek. Er zijn ook brandweerkorpsen waar beroepsbrandweermensen en vrijwilligers samenwerken.

Hardenberg 019

Regionale brandweer
Als er een ramp gebeurt, dan kan de brandweer van één gemeente het vaak niet alleen af. Denk bijvoorbeeld aan een hele grote brand. Of een heel groot ongeluk met veel slachtoffers. Of rivieren die overstromen. Andere korpsen van gemeenten in de buurt komen dan helpen. Dat hebben ze van tevoren afgesproken. Daarvoor hebben ze 39 regionale brandweren opgericht. Brandweer Ommen-Hardenberg hoort bij de Regionale Brandweer IJsselland

Bosbrandweer
In sommige gebieden in Nederland is veel bos en heide. Als het een tijdje niet heeft geregend, is het gevaar voor het ontstaan van brand hier erg groot. In deze bosrijke gebieden, bijvoorbeeld de Veluwe, is een bos­brandweer. De bosbrandweer houdt vanuit vliegtuigjes in de gaten of er brand is. Als er brand is, gaan ze met speciale wagens de brand blussen. Die wagens kunnen goed door het bos rijden. Ook in Ommen en Hardenberg is er veel bos. De laatste jaren hebben er enkele bosbranden gewoed in Ommen. Hierbij krijgt de brandweer van Ommen-Hardenberg dan assistentie van omliggende korpsen uit bijvoorbeeld Hardenberg of Dalfsen.

IMG 0098

Bedrijfsbrandweer
In grote bedrijven, fabrieken en ziekenhuizen is een speciale bedrijfsbrandweer. Zodra er een brand ontstaat, begint de bedrijfsbrandweer meteen met blussen. De gemeentelijke brandweer wordt gewaarschuwd. Als het nodig is, komt die helpen met blussen.

De mensen van een bedrijfsbrandweer kunnen de brandweermensen van de gemeentebrandweer de weg wijzen. Ze kunnen vertellen waar het extra gevaarlijk is.

Taken Brandweer
De brandweer moet een aantal taken uitvoeren.Die taken staan in de Brandweerwet.

De brandweer moet:

  •  branden voorkomen (preventie
  •  branden blussen en daarbij mensen en dieren redden (repressie) helpen bij ongevallen (hulpverlening)
  •  zich voorbereiden op branden en hulpverlening (preparatie)

IMG 1221

Foto: Oefening

IMG 1242

 

Preventie: het voorkomen van brand.

De brandweer probeert brand te voorkomen door:

  • Mensen uit te leggen hoe ze brand kunnen voorkomen.
  • Te controleren of gebouwen brandveilig zijn.
  • Te controleren bij kermissen, circusvoorstellingen en schouwburgvoorstellingen.

 

Als de brandweer gebouwen controleert, kijkt ze of er nooduitgangen zijn. Ze kijkt ook of er geen dingen voor de nooduitgangen staan. Of er genoeg brandblusapparaten zijn en of die het ook doen. Of er noodverlichting is, die laat zien hoe je bij de uitgang komt.

Als alles in orde is, is er weinig kans op brand.

Bij kermissen, circusvoorstellingen en schouwburgvoorstellingen zijn veel mensen aanwezig.

Brandweermensen houden in de gaten of alles wel veilig is. Als er iets zou gebeuren, kunnen ze meteen helpen met blussen en de mensen naar buiten brengen.

Repressie: het bestrijden van brand

Het blussen van brand en het redden van mensen en dieren daarbij. Er zijn een paar belangrijke dingen die de brandweer bij een brand moet doen.

  • Het belangrijkste is dat mensen en dieren gered worden.
  • De brandweer moet proberen de brand zo snel mogelijk te blussen.
  • De schade moet zo veel mogelijk beperkt worden.

IMG 1315

IMG 1396

Schade ontstaat vooral door water en rook. De brandweer probeert waterschade te beperken door zo weinig mogelijk water te gebruiken. Ook probeert de brandweer om de rook weg te krijgen. De brandweer werkt bij branden meestal samen met de politie en de ambulancedienst. De brandweer komt niet alleen bij brand. Ze komt ook als er: - iemand met z'n auto in het water gereden is - iemand een ongeluk met z'n auto heeft gehad en er niet meer uit kan komen - een vrachtwagen met bijvoorbeeld benzine of een andere gevaarlijke stof een ongeluk heeft gehad - er een vliegtuig verongelukt is - er een kettingbotsing is gebeurd - er rivieren zijn overstroomd - er een kelder onder water staat - er een koe in de sloot is gevallen De brandweer werkt bij ongelukken meestal samen met de politie en de ambulancedienst.

Preparatie: voorbereiding op brand of hulpverlening

Het voorbereiden op branden of hulpverlening. De brandweer bereidt zich voor door: - te oefenen - uit te zoeken hoe ze hun werk zo goed mogelijk kunnen doen - ervoor te zorgen dat kleding, brandweerwagens en gereedschap in orde zijn Door een goede voorbereiding kan de brandweer beter en sneller werken.

Hoe kom je bij de brandweer?
Je kunt op twee manieren bij de brandweer komen:

Brandwacht (brandweerman of vrouw)
Als je brandwacht wil worden, moet je een diploma van het VBO hebben. Verder moet je 18 jaar zijn. Ook moet je goed gezond zijn. Het werk van een brandwacht is best zwaar. Denk bijvoorbeeld maar eens aan de brandslangen en het hulpverleningsgereedschap die je als brandwacht moet kunnen optillen! Als je een VBO-diploma hebt, 18 jaar bent en gezond ben en in teamverband wil werken, kun je het brandweerkorps van jouw gemeente opbellen om te vragen of er brandwacht-plaatsen vrij zijn. Kun je bij de brandweer terecht, dan krijg je eerst een keuring. Bij de keuring wordt je gezondheid gecontroleerd. Daarna krijg je een opleiding van twee jaar. Je leert in de opleiding dingen zoals: - hoe je een brand moet blussen - hoe je mensen en dieren kunt redden - hoe je moet omgaan met ademluchtmaskers - hoe je het hulpverleningsgereedschap moet bedienen - wat je moet doen bij mensen die bewusteloos zijn - wat je moet doen bij mensen met brandwonden. Als je het diploma gehaald hebt ben je brandwacht.

Brandweerofficier (leidinggevend)
Als je brandweerofficier wilt worden, moet je eerst HBO of universiteit gevolgd hebben. Je kunt er dus niet meteen na je middelbare school naartoe. Ook voor een officier is een goede gezondheid heel belangrijk. Maar je moet nog meer kunnen. Je moet slim zijn. Je moet goed met anderen kunnen samenwerken. En in spannende situaties helder kunnen blijven denken. De opleiding voor brandweerofficier wordt maar op één plaats gegeven, namelijk bij het Nederlands Instituut voor Brandweer en Rampenbestrijding (Nibra) in Arnhem. Bij het Nibra kun je je opgeven als je officier wilt worden. Het Nibra test alle mensen die zich opgeven. De beste mensen mogen de opleiding gaan volgen.

Als je bij de brandweer wilt werken, vraag dan eerst informatie aan. Als je brandwacht wilt worden, kun je informatie aanvragen bij de schooldecaan of bij de brandweer. Het adres en telefoonnummer van de brandweer kun je opzoeken in het telefoonboek, en op de website www.brandweerommen-hardenberg.nl. Bij de brandweer kunnen ze je vertellen of er plaatsen vrij zijn voor brandwachten. Maar ook wanneer er een informatie-avond is.

IMG 1252

Officier van Dienst (leidinggevende), Oranje is de kleur van de Officier van Dienst.



Als je brandweerofficier wilt worden, kun je informatie aanvragen bij het Nibra in Arnhem. www.nifv.nl

Vrijwilligers bij de brandweer
De meeste brandweermensen zijn vrijwilligers. Zij hebben een gewone baan. Ze werken bijvoor­beeld in een winkel, op een kantoor of in de bouw. Ze worden opgepiept als ze naar de brandweer moeten komen. '‘s Nachts slapen ze gewoon thuis. Ze kunnen dan ook opgepiept worden. Een paar avonden in de week gaan ze naar de brandweer toe om te leren en te oefenen hoe ze branden moeten blussen, hoe ze mensen moeten redden uit verongelukte auto's en zo. Daar moeten ze ook examen in doen. Ze leren precies hetzelfde als de beroepsbrandweermensen en krijgen ook hetzelfde examen. Dat kost best veel tijd, maar dat maakt hen niets uit, omdat ze zo graag bij de brandweer werken. Alarm!
De alarmcentrale van de brandweer krijgt meldingen meestal binnen via het 1-1-2 alarmnummer.

De brandweer wordt zo gewaarschuwd voor brand en ongevallen. De alarmcentrale waarschuwt de brandweermensen. Alarmeren heet dat. Dit alarmeren kan op verschillende manieren.

1. Door een sirene/bel of lichten of allebei.

2. Door een pieper.

3. Door de mobilofoon of de portofoon.

Brandweermensen die in de kazerne zijn, worden meestal gealarmeerd via een sirene en lichten. Brandweermensen die niet in de kazerne zijn, worden meestal door een pieper gealarmeerd. Een pieper is een zwart apparaatje dat je in je zak kunt stoppen of aan je riem kunt hangen. Het gaat hard piepen en trillen omdat er brand is of er een ongeluk is gebeurd. Dit betekent dan dat de brandweerman of vrouw zo snel mogelijk naar de kazerne moet komen om uit te rukken. Op de pieper kun je lezen wat er gebeurd is. Je kunt er niet door praten. Door een portofoon en een mobilofoon kun je wel terugpraten. Deze hulpmiddelen worden gebruikt om brandweermensen te alarmeren die al bezig zijn. Bijvoorbeeld met een kat uit een boom halen of een kelder leegpompen. Als er ergens anders brand of een auto-ongeluk is, worden ze gewaar­schuwd via de portofoon of mobilofoon. Ze gaan dan naar de brand of het auto-ongeluk, want dat is belangrijker. De portofoon is een draagbaar zwart apparaat met een kleine antenne. Het is hetzelfde als een "walkietalkie". De bevelvoerder gebruikt de portofoon om goed te kunnen overleggen met andere brandweermensen. Denk maar eens aan een brand in een groot gebouw. Je kunt dan niet naar elkaar schreeuwen. Bijvoorbeeld wat er aan de hand is. Waar je mee bezig bent. Wat anderen moeten doen. Enzovoort. Met een portofoon kan de bevelvoerder doorgeven wat de mensen van zijn ploeg moeten doen. De brandweermensen kunnen weer aan de bevelvoerder vertellen wat ze zien en waar ze mee bezig zijn. De mobilofoon is niet draagbaar. Hij is vastgemaakt in de brandweerwagen. Hij lijkt een beetje op een autoradio. Hij wordt gebruikt om boodschappen aan de alarmcentrale door te geven. Bijvoor­beeld wanneer de brand uit is en wanneer de ploeg teruggaat naar de kazerne. De alarmcentrale geeft ook boodschappen via de mobilofoon door aan de brandweerwagen. Zo wordt verteld of het een grote of kleine brand is, of er slachtoffers zijn en of er gevaarlijke stoffen aanwezig zijn. De mobilofoon wordt ook gebruikt om berichten door te geven tussen verschillende brandweer­wagens. Brandweermensen die worden opgepiept, gaan zo snel mogelijk naar de kazerne. Als er voldoende brandweermensen in de kazerne zijn, gaan ze zo snel mogelijk op weg naar de brand of het ongeluk. Dat heet uitrukken. Afhankelijk van de grootte van de brand of het ongeluk, rukken er één of meer brandweerwagens uit. Bij een kleine brand of een klein ongeluk is één brandweerwagen voldoende. Maar bij een grote brand of een groot ongeluk is het soms nodig om meer wagens te laten uitrukken.

IMG 3759

Om snel door het verkeer op de plaats van de brand of het ongeluk te komen, heeft elke brand­weerwagen blauwe zwaailichten en een sirene. Wanneer die gebruikt worden, moeten andere weg­gebruikers de brandweerwagen voorrang geven.

Brandweervoertuigen
De brandweer heeft verschillende soorten brandweerwagens: - bluswagens - redwagens - hulpverleningswagens - andere wagens Bluswagens hebben spullen die nodig zijn om brand te blussen, maar ook spullen om te kunnen helpen bij auto-ongelukken. Voor het blussen heeft de bluswagen een hele grote tank, waar heel veel water in zit. In de blus­wagen zitten natuurlijk ook blusslangen. Maar niet alle branden kunnen met water geblust worden. Soms is dat zelfs gevaarlijk. Bijvoorbeeld bij branden met olie. Daarom zitten er in de bluswagen ook andere blusmiddelen, zoals bluspoeder, schuim en koolzuursneeuw. In de bluswagen zit ook speciaal gereedschap om mensen te kunnen bevrijden uit verongelukte auto's. Bijvoorbeeld een speciale schaar, waarmee de brandweer het dak van een auto kan knip­pen. Als er brand in een gebouw is, kunnen de mensen er soms niet meer uit. Bijvoorbeeld in een flat. De brandweer kan dan redwagens gebruiken om mensen te redden. De redwagens hebben een ladder of een bakje op een lange staaf. Daarmee kunnen ze heel hoog komen. In de hulpverleningswagens zit nog meer gereedschap om mensen te kunnen helpen. Bij de brandweer worden soms nog andere wagens gebruikt. Welke wagens precies, hangt af van het gebied waar de brandweer werkt. Zo zijn er communicatiewagens, duikwagens, boswagens en terreinwagens.

Maar de brandweer heeft ook blusboten en blusvliegtuigen.

IMG 4335

Brandweeruitrusting
Branden blussen en helpen bij ongelukken is best gevaarlijk werk. Daarom hebben brandweer­mensen speciale kleren aan die hen beschermen. Bijvoorbeeld tegen de hitte van het vuur, of tegen scherpe voorwerpen, of tegen giftige rook. Bij speciale kleren moet je denken aan: - een bluspak - een helm - laarzen - handschoenen - adembescherming Deze speciale kleren hebben ze ook aan bij het oefenen.
Als brandweermensen met andere dingen bezig zijn, hebben ze meestal hun uitgaansuniform (net pak) aan. Bijvoorbeeld als ze kantoorwerk doen. Als brandweermensen uitrukken, hebben ze een speciaal bluspak aan. Bij brand zorgt dit pak ervoor dat de hitte wordt tegengehouden. Binnen in een brandend huis is het heel heet. Je kunt er niet blijven als je geen speciale kleren aanhebt. In een bluspak heb je minder snel last van de hitte. Daarom is zo'n pak nodig. Bij auto-ongelukken komt zo'n stevig pak ook van pas. Het zorgt er buiten voor dat de brandweer­mensen het niet snel koud krijgen. En dat ze beschermd worden tegen splinters en andere scherpe dingen. De helm is belangrijk. Hij zorgt ervoor dat het hoofd van brandweermensen beschermd is als er iets zwaars op komt. In een brandend huis kan van alles naar beneden vallen. Balken van het plafond bijvoorbeeld. Brandweermensen hebben ook speciale laarzen aan. De neuzen zijn stevig gemaakt met ijzer aan de binnenkant. Komt er iets zwaars op de laarzen, dan bezeren de brandweermensen hun tenen niet. De laarzen hebben een dikke zool. Daardoor maakt het brandweermensen niet uit of ze over puin moeten lopen. Dat doet geen pijn. Om hun handen te beschermen tegen hete of scherpe voorwerpen, hebben brandweermensen speciale handschoenen aan. Deze handschoenen zijn gemaakt van dik leer. In een brandend huis is zo veel rook dat je niets kunt zien. Het is er pikzwart. Die rook is erg heet en giftig. Je longen kunnen er niet tegen als je die rook inademt. Je kunt er zelfs aan doodgaan. Daarom hebben brandweermensen verse lucht in een fles op hun rug. Die lucht wordt ademlucht genoemd. Door een slang gaat de ademlucht naar een masker dat de brandweermensen op hun gezicht heb­ben. Het masker zorgt ervoor dat ze geen rook inademen, alleen de lucht uit de fles. Een brand­weerman kan ongeveer twintig minuten doen met de lucht in de fles. Dan is de lucht op en moet de fles verwisseld worden. Natuurlijk zijn brandweermensen niet de hele dag aan het oefenen en uitrukken. Ze hebben daarom ook niet de hele dag hun uitrukuniform aan. Als ze andere dingen moeten doen, hebben brandweermensen een uitgaansuniform aan. Bijvoorbeeld als ze afspraken hebben met mensen van buiten de brandweer. Of als ze controleren in een schouwburg of circustent. Of bij plechtigheden, zoals recepties.

Wat is brand?
Je krijgt niet zomaar brand. Voor brand zijn drie dingen nodig:

IMG 3768

  • brandbare stof, zoals hout of papier of stof
  • temperatuur, het moet heet zijn
  • zuurstof, er moet zuurstof zijn. (zuurstof zit overal in de lucht)

 

Pas als al deze drie dingen er zijn, ontstaat er brand. Om de brand te blussen haalt de brandweer één van de drie dingen die nodig zijn voor brand weg. Vaak doen ze dat door ervoor te zorgen dat de temperatuur naar beneden gaat. Daar gebruiken ze water voor. Ook wordt soms de brandende stof weggehaald. Bijvoorbeeld bij een schoorsteenbrand wordt het brandende roet weggehaald. Verder kan de brandweer de brand blussen door te zorgen dat er geen zuurstof meer bij de brand kan komen. Dit kan door schuim over een oliebrand spuiten. Door een van de drie zijden van de branddriehoek weg te halen gaat de brand vanzelf uit.

Als je een keer met brand te maken krijgt, moet je het volgende doen:

  • Raak niet in paniek.
  • Ga naar buiten. Doe ramen en deuren achter je dicht.
  • Waarschuw de andere mensen die in de buurt zijn.
  • Bel 1-1-2 en vraag om de brandweer.

IMG 9096

Contact

Veiligheidsregio IJsselland
(Cluster Oost - Ommen-Hardenberg)
Postbus 1453
8001 BL Zwolle
Tel: 088-1197000     Bij Spoed 112

Inloggen korpsleden                                                                                                                                                                                                                            (c) 2013 realisatie door Webfra BV